BWBR0001879
Geldig vanaf 01-02-1979
Artikel 35
Rijksoctrooiwet
1. Ter zake van een octrooi moet elk jaar op de laatste dag van de maand, waarin de aanvrage die tot octrooi heeft geleid is ingediend, of ingevolge artikel 8A geacht wordt te zijn ingediend, een bedrag worden betaald, waarvan de hoegrootheid bij algemene maatregel van Rijksbestuur wordt bepaald. Vindt verlening van octrooi plaats in dezelfde maand als die van de indiening van de aanvrage, die tot het octrooi heeft geleid, dan kan het voor de eerste maal verschuldigde bedrag worden betaald op de laatste dag van de daarop volgende maand.
2. Ter zake van een Europees octrooi moet elk jaar, doch eerst na afloop van het in artikel 86, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoeld jaar, een bedrag als in het eerste lid bedoeld worden betaald en wel op de laatste dag van de maand, waarin de datum van indiening valt, die de Europese octrooiaanvrage, die tot het octrooi heeft geleid, ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat Verdrag bezit. Indien het voor de eerste maal verschuldigde bedrag zou moeten worden betaald binnen een termijn van twee maanden na de dag waarop overeenkomstig artikel 97, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd, kan dit bedrag nog worden betaald op de laatste dag van de maand waarin deze termijn eindigt.
3. Deze betalingen geschieden bij het Bureau voor de industriële eigendom. Betaling vóór de vervaldag is toegelaten.
4. Bij betaling na de vervaldag zijn verhogingen verschuldigd, waarvan de hoegrootheid nader bij algemene maatregel van Rijksbestuur wordt vastgesteld.
2. Ter zake van een Europees octrooi moet elk jaar, doch eerst na afloop van het in artikel 86, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoeld jaar, een bedrag als in het eerste lid bedoeld worden betaald en wel op de laatste dag van de maand, waarin de datum van indiening valt, die de Europese octrooiaanvrage, die tot het octrooi heeft geleid, ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat Verdrag bezit. Indien het voor de eerste maal verschuldigde bedrag zou moeten worden betaald binnen een termijn van twee maanden na de dag waarop overeenkomstig artikel 97, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd, kan dit bedrag nog worden betaald op de laatste dag van de maand waarin deze termijn eindigt.
3. Deze betalingen geschieden bij het Bureau voor de industriële eigendom. Betaling vóór de vervaldag is toegelaten.
4. Bij betaling na de vervaldag zijn verhogingen verschuldigd, waarvan de hoegrootheid nader bij algemene maatregel van Rijksbestuur wordt vastgesteld.
- Wet
- Rijksoctrooiwet
- Citeren als
- Art. 35
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001879
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl