BWBR0001975
Geldig vanaf 01-12-1998
Artikel 11
Octrooigemachtigden-reglement
1. Octrooigemachtigden, die in staat van faillissement zijn verklaard, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of die onder curatele zijn gesteld, zijn gedurende het faillissement, het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de curatele van rechtswege geschorst in de uitoefening van het recht als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden. Van de aanvang en het einde van de schorsing wordt aantekening gedaan in het register van octrooigemachtigden.
2. De Raad van Toezicht kan op verzoek van de curator de in het eerste lid bedoelde schorsing opheffen.
3. Hij beslist niet op het verzoek dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de curator en de betrokkene. Hij kan getuigen en deskundigen horen. De curator en de betrokkene kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen. De beslissing is met redenen omkleed.
4. De Raad van Toezicht zendt van zijn beslissing onverwijld een afschrift aan de curator, de betrokkene en de Voorzitter van de Octrooiraad.
5. Van de in het vierde lid bedoelde beslissing kan de curator of de betrokkene binnen een maand na de dag van verzending van de brief, waarbij deze hem ter kennis is gebracht, in beroep komen bij de in artikel 19 bedoelde Raad van Beroep. Het derde en vierde lid, alsmede artikel 19, derde lid, zijn op dit beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat tevens een afschrift van de beslissing in beroep aan de Raad van Toezicht wordt gezonden.
2. De Raad van Toezicht kan op verzoek van de curator de in het eerste lid bedoelde schorsing opheffen.
3. Hij beslist niet op het verzoek dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de curator en de betrokkene. Hij kan getuigen en deskundigen horen. De curator en de betrokkene kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen. De beslissing is met redenen omkleed.
4. De Raad van Toezicht zendt van zijn beslissing onverwijld een afschrift aan de curator, de betrokkene en de Voorzitter van de Octrooiraad.
5. Van de in het vierde lid bedoelde beslissing kan de curator of de betrokkene binnen een maand na de dag van verzending van de brief, waarbij deze hem ter kennis is gebracht, in beroep komen bij de in artikel 19 bedoelde Raad van Beroep. Het derde en vierde lid, alsmede artikel 19, derde lid, zijn op dit beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat tevens een afschrift van de beslissing in beroep aan de Raad van Toezicht wordt gezonden.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001975
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl