BWBR0001975
Geldig vanaf 16-11-1968
Artikel 6
Octrooigemachtigden-reglement
1. Het verzet wordt alleen gedaan op een der na te noemen gronden:
a. dat de verzoeker niet voldoet aan de in artikel 3, tweede lid, bedoelde vereisten of niet de ingevolge artikel 3, vierde en vijfde lid, vereiste bewijzen heeft overgelegd;
b. dat gegronde vrees bestaat, dat de inschrijving de eer van de stand van de octrooigemachtigden zal schaden.
2. De Raad van Toezicht neemt de beslissing tot verzet niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker. Hij kan getuigen en deskundigen horen. De verzoeker kan zich doen bijstaan of vertegenwoordigen.
3. De Raad van Toezicht zendt de verzoeker onverwijld een afschrift in tweevoud van zijn beslissing tot verzet en van een bericht als in artikel 5, tweede lid, bedoeld.
a. dat de verzoeker niet voldoet aan de in artikel 3, tweede lid, bedoelde vereisten of niet de ingevolge artikel 3, vierde en vijfde lid, vereiste bewijzen heeft overgelegd;
b. dat gegronde vrees bestaat, dat de inschrijving de eer van de stand van de octrooigemachtigden zal schaden.
2. De Raad van Toezicht neemt de beslissing tot verzet niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker. Hij kan getuigen en deskundigen horen. De verzoeker kan zich doen bijstaan of vertegenwoordigen.
3. De Raad van Toezicht zendt de verzoeker onverwijld een afschrift in tweevoud van zijn beslissing tot verzet en van een bericht als in artikel 5, tweede lid, bedoeld.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001975
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl