BWBR0001975
Geldig vanaf 15-07-1936
Artikel 3
Octrooigemachtigden-reglement
1. Bij de Octrooiraad wordt een register van octrooigemachtigden gehouden. De Voorzitter van de Octrooiraad stelt de inrichting van dit register vast, doet de inschrijvingen en doorhalingen daarin verrichten en maakt deze openbaar.
2. In het register kunnen slechts worden ingeschreven meerderjarigen, van wie kan worden aangenomen, dat zij kantoor zullen houden binnen het Koninkrijk, en die niet onder curatele zijn gesteld, noch ontzet zijn uit het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden.
3. Degene, die in het register wenst te worden ingeschreven, dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij de Voorzitter van de Octrooiraad.
4. Bij het verzoek om inschrijving dient de verzoeker over te leggen:
a. het bewijs, dat hij met goed gevolg het in artikel 4 bedoelde examen heeft afgelegd en een bewijs dat hij gedurende ten minste drie jaren in Nederland octrooiaanvragen heeft behandeld ten kantore van een octrooigemachtigde, die niet was geschorst in de uitoefening van het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden, of
b. het bewijs dat hij met goed gevolg de in artikel 4a, eerste lid, bedoelde proeve van bekwaamheid heeft afgelegd.
5. Voor degene, die gedurende ten minste drie jaren bij de Octrooiraad belast is geweest met de voorbereiding van de behandeling van octrooiaanvragen, is de termijn, bedoeld in het vierde lid, onder a één jaar. Degene, die technisch plaatsvervangend lid van de Octrooiraad is geweest, is daarnaast vrijgesteld van het afleggen van het gedeelte van het in artikel 4 bedoelde examen dat ertoe strekt te doen blijken dat hij de voorschriften van de in het tweede lid van dat artikel bedoelde wetgevingen en regelingen praktisch weet toe te passen. Degene, die technisch gewoon lid van de Octrooiraad is geweest, is vrijgesteld van overlegging van de in het vierde lid bedoelde bewijzen.
6. Van de inschrijving in het register stelt de Voorzitter van de Octrooiraad de betrokkene en de Secretaris van de Orde van Octrooigemachtigden schriftelijk in kennis.
2. In het register kunnen slechts worden ingeschreven meerderjarigen, van wie kan worden aangenomen, dat zij kantoor zullen houden binnen het Koninkrijk, en die niet onder curatele zijn gesteld, noch ontzet zijn uit het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden.
3. Degene, die in het register wenst te worden ingeschreven, dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij de Voorzitter van de Octrooiraad.
4. Bij het verzoek om inschrijving dient de verzoeker over te leggen:
a. het bewijs, dat hij met goed gevolg het in artikel 4 bedoelde examen heeft afgelegd en een bewijs dat hij gedurende ten minste drie jaren in Nederland octrooiaanvragen heeft behandeld ten kantore van een octrooigemachtigde, die niet was geschorst in de uitoefening van het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden, of
b. het bewijs dat hij met goed gevolg de in artikel 4a, eerste lid, bedoelde proeve van bekwaamheid heeft afgelegd.
5. Voor degene, die gedurende ten minste drie jaren bij de Octrooiraad belast is geweest met de voorbereiding van de behandeling van octrooiaanvragen, is de termijn, bedoeld in het vierde lid, onder a één jaar. Degene, die technisch plaatsvervangend lid van de Octrooiraad is geweest, is daarnaast vrijgesteld van het afleggen van het gedeelte van het in artikel 4 bedoelde examen dat ertoe strekt te doen blijken dat hij de voorschriften van de in het tweede lid van dat artikel bedoelde wetgevingen en regelingen praktisch weet toe te passen. Degene, die technisch gewoon lid van de Octrooiraad is geweest, is vrijgesteld van overlegging van de in het vierde lid bedoelde bewijzen.
6. Van de inschrijving in het register stelt de Voorzitter van de Octrooiraad de betrokkene en de Secretaris van de Orde van Octrooigemachtigden schriftelijk in kennis.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001975
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl