BWBR0001975
Geldig vanaf 16-11-1968
Artikel 18
Octrooigemachtigden-reglement
1. De Raad van Toezicht neemt een tegen een octrooigemachtigde gerezen bezwaar in behandeling hetzij op een bij die raad ingediende schriftelijke klacht, hetzij ambtshalve.
2. De Raad van Toezicht kan aan de octrooigemachtigde, naar gelang van omstandigheden, een der volgende straffen opleggen:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. schorsing in de uitoefening van het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden voor de tijd van ten hoogste vijf jaren;
d. ontzetting uit het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden.
3. De Raad van Toezicht beslist niet, dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de betrokken octrooigemachtigde. Indien de klager de wens daartoe te kennen geeft, hoort de Raad ook de klager. Desgewenst hoort de Raad getuigen of deskundigen. De octrooigemachtigde en de klager kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen.
4. Bij de bepaling der straffen wordt rekening gehouden met de omstandigheid, of de schuldige al dan niet de door zijn vergrijp veroorzaakte schade heeft vergoed.
5. De beslissing is met redenen omkleed.
6. De Raad van Toezicht zendt van zijn beslissing onverwijld een afschrift aan de betrokken octrooigemachtigde en, in voorkomend geval, aan de klager, alsmede, indien bij de beslissing een straf is opgelegd, aan de Voorzitter van de Octrooiraad.
7. Indien de opgelegde straf bestaat in schorsing of ontzetting, wordt daarvan, zodra de daartoe strekkende beslissing onherroepelijk is geworden, door de Voorzitter van de Octrooiraad openbare kennisgeving gedaan. Van de aanvang en het einde van een schorsing wordt door hem aantekening gedaan in het register van octrooigemachtigden.
2. De Raad van Toezicht kan aan de octrooigemachtigde, naar gelang van omstandigheden, een der volgende straffen opleggen:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. schorsing in de uitoefening van het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden voor de tijd van ten hoogste vijf jaren;
d. ontzetting uit het recht om als gemachtigde voor de Octrooiraad op te treden.
3. De Raad van Toezicht beslist niet, dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de betrokken octrooigemachtigde. Indien de klager de wens daartoe te kennen geeft, hoort de Raad ook de klager. Desgewenst hoort de Raad getuigen of deskundigen. De octrooigemachtigde en de klager kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen.
4. Bij de bepaling der straffen wordt rekening gehouden met de omstandigheid, of de schuldige al dan niet de door zijn vergrijp veroorzaakte schade heeft vergoed.
5. De beslissing is met redenen omkleed.
6. De Raad van Toezicht zendt van zijn beslissing onverwijld een afschrift aan de betrokken octrooigemachtigde en, in voorkomend geval, aan de klager, alsmede, indien bij de beslissing een straf is opgelegd, aan de Voorzitter van de Octrooiraad.
7. Indien de opgelegde straf bestaat in schorsing of ontzetting, wordt daarvan, zodra de daartoe strekkende beslissing onherroepelijk is geworden, door de Voorzitter van de Octrooiraad openbare kennisgeving gedaan. Van de aanvang en het einde van een schorsing wordt door hem aantekening gedaan in het register van octrooigemachtigden.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001975
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl