BWBR0001975
Geldig vanaf 01-12-1979
Artikel 4
Octrooigemachtigden-reglement
1. Op tijdstippen, door de Minister van Economische Zaken te bepalen, wordt door een door die Minister te benoemen commissie, bestaande uit leden van de Octrooiraad, een of meer octrooigemachtigden en zo nodig een of meer andere technische en rechtsgeleerde deskundigen, een examen afgenomen.
2. Om dit examen met goed gevolg af te leggen, moet hij, die zich daaraan onderwerpt, daarbij doen blijken, dat hij de nodige kennis bezit van de Nederlandse en de voornaamste vreemde wetgevingen en van de voornaamste internationale regelingen betreffende de industriële eigendom, de voorschriften dier wetgevingen en regelingen praktisch weet toe te passen en bekend is met de beginselen van het Nederlands burgerlijk en handelsrecht, voor zover deze kennis nodig is voor een goed begrip van de Nederlandse wetgeving betreffende de industriële eigendom.
3. Om aan dit examen te kunnen deelnemen moet de kandidaat een der volgende bescheiden aan de commissie doen toekomen:
a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de faculteit der wis- en natuurkunde aan een Rijksuniversiteit of daarmede wettelijk gelijkgestelde inrichting;
b. het diploma van ingenieur, verworven aan een Nederlandse technische hogeschool of landbouwhogeschool;
c. het brevet hogere technische bekwaamheid (H.T.B.) voor officieren van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, bedoeld in de beschikking van de Minister van Oorlog van 23 juni 1952 (L.O. 1952, no. 189.L-LM), dat is toegekend na het volgen van een cursus hogere militair-technische vorming als bedoeld in de beschikkingen van genoemde Minister van 14 maart 1955 (L.O. 1955, no. 55085 L-code no. 78/35) en van 30 juli 1955 ( Lu.O. 55512 - code no. 78/50);
d. het bewijs, dat hij, na met goed gevolg hetzij de volledige opleiding tot beroepsofficier bij een technisch wapen of dienstvak aan de Koninklijke Militaire Academie hetzij de volledige opleiding tot beroeps-zeeofficier of tot beroepsofficier van een der technische diensten bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te hebben doorlopen, ten minste gedurende vijf jaren als beroepsofficier belast is geweest met werkzaamheden van technische aard;
e. een getuigschrift of diploma van een buitenlandse universitaire instelling of hogeschool, indien dit door de commissie met een der onder a of b bedoelde bescheiden is gelijkgesteld;
f. het bewijs dat hij technisch plaatsvervangend lid van de Octrooiraad is of geweest is.
4. De commissie kan in afwijking van het derde lid personen tot het examen toelaten, die naar het oordeel zowel van de commissie als van de Raad van Toezicht voor de Octrooigemachtigden bijzondere bekwaamheden bezitten, verkregen door langjarige werkzaamheden ten kantore van een octrooigemachtigde, welke hen geschikt maken voor het optreden als octrooigemachtigde.
5. De werkzaamheden der commissie, het tijdstip, waarop belanghebbenden zich tot het afleggen van het examen bij de voorzitter der commissie moeten hebben aangemeld, de plaats, waar het examen zal worden afgenomen, en het voor de deelneming aan het examen te storten bedrag worden geregeld door de in het eerste lid genoemde Minister; deze doet van een en ander openbare mededeling.
2. Om dit examen met goed gevolg af te leggen, moet hij, die zich daaraan onderwerpt, daarbij doen blijken, dat hij de nodige kennis bezit van de Nederlandse en de voornaamste vreemde wetgevingen en van de voornaamste internationale regelingen betreffende de industriële eigendom, de voorschriften dier wetgevingen en regelingen praktisch weet toe te passen en bekend is met de beginselen van het Nederlands burgerlijk en handelsrecht, voor zover deze kennis nodig is voor een goed begrip van de Nederlandse wetgeving betreffende de industriële eigendom.
3. Om aan dit examen te kunnen deelnemen moet de kandidaat een der volgende bescheiden aan de commissie doen toekomen:
a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de faculteit der wis- en natuurkunde aan een Rijksuniversiteit of daarmede wettelijk gelijkgestelde inrichting;
b. het diploma van ingenieur, verworven aan een Nederlandse technische hogeschool of landbouwhogeschool;
c. het brevet hogere technische bekwaamheid (H.T.B.) voor officieren van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, bedoeld in de beschikking van de Minister van Oorlog van 23 juni 1952 (L.O. 1952, no. 189.L-LM), dat is toegekend na het volgen van een cursus hogere militair-technische vorming als bedoeld in de beschikkingen van genoemde Minister van 14 maart 1955 (L.O. 1955, no. 55085 L-code no. 78/35) en van 30 juli 1955 ( Lu.O. 55512 - code no. 78/50);
d. het bewijs, dat hij, na met goed gevolg hetzij de volledige opleiding tot beroepsofficier bij een technisch wapen of dienstvak aan de Koninklijke Militaire Academie hetzij de volledige opleiding tot beroeps-zeeofficier of tot beroepsofficier van een der technische diensten bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te hebben doorlopen, ten minste gedurende vijf jaren als beroepsofficier belast is geweest met werkzaamheden van technische aard;
e. een getuigschrift of diploma van een buitenlandse universitaire instelling of hogeschool, indien dit door de commissie met een der onder a of b bedoelde bescheiden is gelijkgesteld;
f. het bewijs dat hij technisch plaatsvervangend lid van de Octrooiraad is of geweest is.
4. De commissie kan in afwijking van het derde lid personen tot het examen toelaten, die naar het oordeel zowel van de commissie als van de Raad van Toezicht voor de Octrooigemachtigden bijzondere bekwaamheden bezitten, verkregen door langjarige werkzaamheden ten kantore van een octrooigemachtigde, welke hen geschikt maken voor het optreden als octrooigemachtigde.
5. De werkzaamheden der commissie, het tijdstip, waarop belanghebbenden zich tot het afleggen van het examen bij de voorzitter der commissie moeten hebben aangemeld, de plaats, waar het examen zal worden afgenomen, en het voor de deelneming aan het examen te storten bedrag worden geregeld door de in het eerste lid genoemde Minister; deze doet van een en ander openbare mededeling.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001975
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl