BWBR0003406
Geldig vanaf 1982-06-01
Artikel 14b
Grondwaterwet
1. In een vergunning kan worden bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij vast te stellen termijn, indien:
a. het onttrekken of het infiltreren naar zijn aard tijdelijk is;
b. uit de aanvraag blijkt dat de vergunning slechts voor een daarbij aangegeven termijn wordt gevraagd, of
c. dat nodig is in het belang van het ontwikkelen van een alternatief voor het onttrekken of infiltreren, dat minder nadelige gevolgen voor bij het grondwaterbeheer betrokken belangen veroorzaakt.
2. Na afloop van de termijn, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, kan een vergunning die is verleend met toepassing van het eerste lid, onder c, éénmaal of meermalen opnieuw voor een bepaalde termijn worden veleend, met dien verstande dat de gestelde termijnen gezamenlijk een periode van tien jaar niet mogen overschrijden.
a. het onttrekken of het infiltreren naar zijn aard tijdelijk is;
b. uit de aanvraag blijkt dat de vergunning slechts voor een daarbij aangegeven termijn wordt gevraagd, of
c. dat nodig is in het belang van het ontwikkelen van een alternatief voor het onttrekken of infiltreren, dat minder nadelige gevolgen voor bij het grondwaterbeheer betrokken belangen veroorzaakt.
2. Na afloop van de termijn, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, kan een vergunning die is verleend met toepassing van het eerste lid, onder c, éénmaal of meermalen opnieuw voor een bepaalde termijn worden veleend, met dien verstande dat de gestelde termijnen gezamenlijk een periode van tien jaar niet mogen overschrijden.