BWBR0003406
Geldig vanaf 1982-06-01
Artikel 14a
Grondwaterwet
1. Een vergunning voor het infiltreren van water, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt slechts verleend, indien er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater. Bij het beoordelen van dat gevaar worden de regels in acht genomen, daaromtrent te stellen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 12 van de Wet bodembescherming.
2. Onverminderd artikel 14, tweede lid, worden aan de vergunning voorschriften verbonden volgens regels te stellen bij de in het eerste lid bedoelde maatregel.
3. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater.
2. Onverminderd artikel 14, tweede lid, worden aan de vergunning voorschriften verbonden volgens regels te stellen bij de in het eerste lid bedoelde maatregel.
3. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater.