BWBR0003406
Geldig vanaf 1982-06-01
Artikel 25
Grondwaterwet
1. Gedeputeerde staten trekken de vergunning in, indien de vergunninghouder schriftelijk verklaart daarvan geen gebruik te maken.
2. Gedeputeerde staten kunnen de vergunning intrekken indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. daarvan gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt;
c. aan het onttrokken water een andere bestemming wordt gegeven dan in de vergunning staat vermeld;
d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen.
2. Gedeputeerde staten kunnen de vergunning intrekken indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. daarvan gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt;
c. aan het onttrokken water een andere bestemming wordt gegeven dan in de vergunning staat vermeld;
d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen.