BWBR0003406
Geldig vanaf 1982-06-01
Artikel 21
Grondwaterwet
Indien ten tijde van de behandeling van de aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning de gevolgen van het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water onvoldoende kunnen worden beoordeeld, kan de vergunning voor een proefperiode worden verleend. Na afloop van die periode kan de vergunning een of meerdere malen opnieuw voor een proefperiode worden verleend. De proefperiode wordt in de vergunning ten hoogste op vijf jaren gesteld, met dien verstande, dat de gezamenlijke proefperioden een periode van tien jaren niet mogen overtreffen.