BWBR0003406
Geldig vanaf 1982-06-01
Artikel 58
Grondwaterwet
1. De Grondwaterwet Waterleidingbedrijven wordt ingetrokken.
2. Niettemin worden ten aanzien van een aanvraag om vergunning of een verzoek om wijziging van een vergunning of van de daaraan verbonden voorschriften, ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet op grond van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven, de bepalingen van die wet toegepast. Hetzelfde geldt ten aanzien van een aanspraak op schadevergoeding, waarvan mededeling is gedaan op grond van artikel 19, eerste lid, van die wet.
3. Voor zover de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven krachtens het tweede lid van toepassing is, geschiedt zulks met inachtneming van de na de inwerkingtreding van deze wet inwerkinggetreden Boeken 3, 5en 6 van Burgerlijk Wetboeken het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat is gewijzigd bij de tegelijk met de Boeken 3, 5en 6 van het Burgerlijk Wetboekinwerkinggetreden Wet van 7 mei 1986, Stb.295.
2. Niettemin worden ten aanzien van een aanvraag om vergunning of een verzoek om wijziging van een vergunning of van de daaraan verbonden voorschriften, ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet op grond van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven, de bepalingen van die wet toegepast. Hetzelfde geldt ten aanzien van een aanspraak op schadevergoeding, waarvan mededeling is gedaan op grond van artikel 19, eerste lid, van die wet.
3. Voor zover de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven krachtens het tweede lid van toepassing is, geschiedt zulks met inachtneming van de na de inwerkingtreding van deze wet inwerkinggetreden Boeken 3, 5en 6 van Burgerlijk Wetboeken het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat is gewijzigd bij de tegelijk met de Boeken 3, 5en 6 van het Burgerlijk Wetboekinwerkinggetreden Wet van 7 mei 1986, Stb.295.