BWBR0005730
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.28
Aanwijzingen voor de regelgeving
1. Voor delegatie van regelgevende bevoegdheid aan een minister wordt de formulering ‘ bij ministeriële regeling’ of ‘ bij regeling van Onze Minister’ gebruikt.
2. Indien uit de delegerende regeling niet reeds voortvloeit welke minister bevoegd is, of indien een afwijkende bevoegdheidstoedeling is beoogd, wordt de formulering ‘ bij regeling van Onze Minister van/voor ...’ gebruikt.
3. Indien het wenselijk is te bepalen dat een ministeriële regeling onder verantwoordelijkheid van meer dan een bewindspersoon wordt vastgesteld, wordt daarvoor de formulering ‘ bij regeling van Onze Minister van/voor..., handelende in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...’ gebruikt, tenzij ‘ Onze Minister’ in de delegerende regeling reeds is gedefinieerd als: ‘ Onze Minister van/voor..., handelende in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...’.
2. Indien uit de delegerende regeling niet reeds voortvloeit welke minister bevoegd is, of indien een afwijkende bevoegdheidstoedeling is beoogd, wordt de formulering ‘ bij regeling van Onze Minister van/voor ...’ gebruikt.
3. Indien het wenselijk is te bepalen dat een ministeriële regeling onder verantwoordelijkheid van meer dan een bewindspersoon wordt vastgesteld, wordt daarvoor de formulering ‘ bij regeling van Onze Minister van/voor..., handelende in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...’ gebruikt, tenzij ‘ Onze Minister’ in de delegerende regeling reeds is gedefinieerd als: ‘ Onze Minister van/voor..., handelende in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...’.