BWBR0005730
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 5.43
Aanwijzingen voor de regelgeving
1. Bij het vaststellen van een maximale bestuurlijke boetehoogte wordt verwezen naar een van de boetecategorieën in het Wetboek van Strafrecht, tenzij het noodzakelijk is aan te sluiten bij afwijkende bedragen in een bestaand stelsel.
2. Voor de bepaling waarin een maximale bestuurlijke boetehoogte wordt vastgesteld, wordt het volgende model gebruikt:
De op grond van [artikel ... / de artikelen ...] op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de [...] categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES].
3. Indien het vanwege de afschrikkende werking of grote financiële belangen noodzakelijk is om aan ondernemingen een zeer hoge bestuurlijke boete te kunnen opleggen die aansluit bij de hoogste boetecategorie in het Wetboek van Strafrechtof die, indien dat meer is, gerelateerd is aan de omzet van de desbetreffende onderneming, wordt het volgende model gebruikt:
De op grond van [artikel ... / de artikelen ...] op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES] of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
2. Voor de bepaling waarin een maximale bestuurlijke boetehoogte wordt vastgesteld, wordt het volgende model gebruikt:
De op grond van [artikel ... / de artikelen ...] op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de [...] categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES].
3. Indien het vanwege de afschrikkende werking of grote financiële belangen noodzakelijk is om aan ondernemingen een zeer hoge bestuurlijke boete te kunnen opleggen die aansluit bij de hoogste boetecategorie in het Wetboek van Strafrechtof die, indien dat meer is, gerelateerd is aan de omzet van de desbetreffende onderneming, wordt het volgende model gebruikt:
De op grond van [artikel ... / de artikelen ...] op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES] of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.