BWBR0005730
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 9.8
Aanwijzingen voor de regelgeving
Bij de afweging op welk niveau van regeling implementatie dient plaats te vinden, komt, onverminderd de aanwijzingen 2.20en 2.21, delegatie van regelgevende bevoegdheid eerder in aanmerking naarmate:
a. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de Nederlandse wetgever bij de uitvoering minder ruimte laat voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard;
b. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling gedetailleerder van aard is;
c. de termijn waarbinnen volgens de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de implementatie moet geschieden korter is;
d. verwacht mag worden dat in de toekomst de te implementeren bindende EU-rechtshandelingen vaker wijzigingen zal ondergaan;
e. in het bestaande systeem van regelgeving waarin de implementatieregeling een plaats zal krijgen, vaker is gekozen voor delegatie van regelgevende bevoegdheid.
a. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de Nederlandse wetgever bij de uitvoering minder ruimte laat voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard;
b. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling gedetailleerder van aard is;
c. de termijn waarbinnen volgens de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de implementatie moet geschieden korter is;
d. verwacht mag worden dat in de toekomst de te implementeren bindende EU-rechtshandelingen vaker wijzigingen zal ondergaan;
e. in het bestaande systeem van regelgeving waarin de implementatieregeling een plaats zal krijgen, vaker is gekozen voor delegatie van regelgevende bevoegdheid.