BWBR0005730
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 5.71
Aanwijzingen voor de regelgeving
1. Voor het regelen van de werkingsduur van een tijdelijke regeling wordt een van de volgende modellen gebruikt:
A. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van...: zie aanwijzing 4.21] en vervalt [met ingang van ... / ... jaar na het tijdstip van inwerkingtreding].
B. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van...: zie aanwijzing 4.21] en vervalt op een bij [koninklijk besluit / door Onze Minister van/voor ... / door de Minister van/voor ...] te bepalen tijdstip.
2. De verlenging van een tijdelijke regeling geschiedt door een wijziging van de vervaldatum die in de regeling (in geval van toepassing van model A) of het koninklijk of ministerieel besluit (in geval van toepassing van model B) is opgenomen, en die uiterlijk met ingang van de oorspronkelijke datum in werking kan treden.
A. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van...: zie aanwijzing 4.21] en vervalt [met ingang van ... / ... jaar na het tijdstip van inwerkingtreding].
B. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van...: zie aanwijzing 4.21] en vervalt op een bij [koninklijk besluit / door Onze Minister van/voor ... / door de Minister van/voor ...] te bepalen tijdstip.
2. De verlenging van een tijdelijke regeling geschiedt door een wijziging van de vervaldatum die in de regeling (in geval van toepassing van model A) of het koninklijk of ministerieel besluit (in geval van toepassing van model B) is opgenomen, en die uiterlijk met ingang van de oorspronkelijke datum in werking kan treden.