1. De ontvangstzone, het systeem voor het transport van de visserijproducten van de ontvangstzone naar de werkplaats, de werkplaatsen en opslagruimten, het gereedschap, de werktuigen, machines en installaties die bij de be- en verwerking van visserijproducten worden gebruikt, moeten goed schoon worden gehouden en goed worden onderhouden, zodat zij geen oorzaak kunnen zijn van besmetting van de producten.
2. Knaagdieren, insecten en ander ongedierte moeten systematisch worden verdelgd. Rattenverdedigingsmiddelen, insekticiden, ontsmettingsmiddelen en andere enigszins giftige stoffen, moeten worden opgeslagen in ruimten of kasten die kunnen worden afgesloten. Het gebruik ervan mag geen gevaar opleveren voor besmetting van de producten.
3. De werkplaatsen, het gereedschap, de werktuigen, machines en installaties mogen uitsluitend voor de be- en verwerking van visserijproducten worden gebruikt. Zij mogen evenwel, als de VWA daarvoor toestemming verleent, gelijktijdig of op andere tijdstippen worden gebruikt voor de bereiding van andere levensmiddelen.
4. Er mag uitsluitend drinkwater of schoon zeewater worden gebruikt. Bij wijze van uitzondering mag evenwel ander water worden gebruikt voor het koelen van de machines, het opwekken van stoom en het bestrijden van brand, mits de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dat water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen gevaar opleveren voor besmetting van de producten.
5. Alleen op basis van de
Bestrijdingsmiddelenwet toegelaten ontsmettingsmiddelen, alsmede reinigings- en soortgelijke middelen welke niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid, mogen worden gebruikt. Deze middelen moeten zodanig worden gebruikt dat de visserijproducten en het gereedschap, de werktuigen, machines en installaties die bij de be- en verwerking van de producten worden gebruikt, er niet door worden aangetast.
6. Bijproducten die verkregen zijn uit de be- of verwerking van afval dienen in een daartoe bestemde aparte ruimte te worden opgeslagen.
7. Het afval en de producten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen vormen moeten worden afgezonderd en uit de buurt worden gehouden van de voor menselijke consumptie bestemde producten.