BWBR0011128
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 3
Verordening gezondheidsvoorschriften vissersvaartuigen 2000
1. Gedeelten van een vissersvaartuig of recipiënten die bestemd zijn voor de opslag van visserijproducten:
a. mogen geen voorwerpen of producten bevatten die op de visserijproducten schadelijke eigenschappen of abnormale kenmerken kunnen overbrengen;
b. dienen zo te zijn ontworpen dat zij gemakkelijk gereinigd kunnen worden en dat het smeltwater niet in contact blijft met de visserijproducten;
c. dienen zo te zijn gesitueerd en ontworpen dat het onmogelijk is dat zij worden verontreinigd door de brandstof die voor de voortstuwing van het vaartuig wordt gebruikt of door bilgewater;
d. moeten vóór gebruik volstrekt schoon zijn.
2. Het materieel dat wordt gebruikt voor het strippen, ontkoppen of verwijderen van de vinnen, en de recipiënten, het gereedschap, de werktuigen, de machines en de installaties die in contact komen met de visserijproducten moeten:
a. bestaan uit of bekleed zijn met ondoordringbaar, glad, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal dat niet kan rotten;
b. voor gebruik volstrekt schoon zijn.
3. Een vissersvaartuig waar visserijproducten aan boord worden ingevroren moet beschikken over:
a. een vriesinstallatie die voldoende krachtig is om de temperatuur van de producten snel te doen dalen tot de in deze verordening en in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur;
b. een ruimte voor het opslaan van de ingevroren visserijproducten met een koelinstallatie die voldoende krachtig is om de producten in de opslagruimte te bewaren bij een temperatuur die, ongeacht de buitentemperatuur, niet hoger is dan de in deze verordening en in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur; de opslagruimte moet voorzien zijn van een thermograaf die gemakkelijk kan worden afgelezen; het warmtegevoelige deel van de thermograaf moet zich bevinden in de zone waar de temperatuur het hoogst is; de geregistreerde temperatuurgegevens moeten, ten minste zolang de producten houdbaar blijven, ter beschikking worden gehouden van de met de controle belaste autoriteit.
4. Een vissersvaartuig waar visserijproducten aan boord in tanks of containers worden gekoeld in met ijs of met mechanische middelen gekoeld zeewater ('Chilled Sea Water' of 'Refrigerated Sea Water'), moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de tanks en containers moeten uitgerust zijn met een geschikte installatie voor het vullen met en het wegpompen van het zeewater en met een systeem dat een homogene temperatuur in de tanks waarborgt;
b. de installatie voor het koelen van de tanks of containers dient voldoende krachtig te zijn om de temperatuur van het mengsel van visserijproducten en zeewater uiterlijk zes uur na de waterverversing tot 3°C en uiterlijk zestien uur na de waterverversing tot 0°C te doen dalen;
c. de tanks, de containers en de circulatiesystemen moeten telkens na het lossen helemaal worden geleegd en grondig worden gereinigd met drinkwater of schoon zeewater; zij moeten met schoon zeewater worden gevuld.
d. de tanks en containers moeten uitgerust zijn met een thermograaf die gemakkelijk kan worden afgelezen; het warmtegevoelige deel van de thermograaf moet zich bevinden in de zone waar de temperatuur het hoogst is;
e. bij de registraties van de temperatuur van de tanks en containers moet de datum en het nummer van de tank duidelijk worden vermeld; de geregistreerde gegevens moeten, ten minste zolang de producten houdbaar blijven, ter beschikking worden gehouden van de met de controle belaste autoriteit.
5. Indien garnalen en weekdieren aan boord worden gekookt moeten de kookvoorzieningen en het gereedschap vervaardigd zijn uit corrosiebestendig materiaal en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn.
6. Indien visserijproducten aan boord worden gerookt dient dit te geschieden in een afgescheiden ruimte of op een speciale plaats die, indien nodig, is voorzien van een ventilatiesysteem om te voorkomen dat de bij de verbranding vrijkomende rook en warmte terechtkomen in de andere ruimten of plaatsen waar vis wordt bewerkt, verwerkt of opgeslagen.
7. Indien visserijproducten aan boord worden gezouten dient dit te geschieden in zoutkuipen die zo zijn gebouwd dat elke verontreiniging tijdens het zoutingsproces wordt voorkomen.
a. mogen geen voorwerpen of producten bevatten die op de visserijproducten schadelijke eigenschappen of abnormale kenmerken kunnen overbrengen;
b. dienen zo te zijn ontworpen dat zij gemakkelijk gereinigd kunnen worden en dat het smeltwater niet in contact blijft met de visserijproducten;
c. dienen zo te zijn gesitueerd en ontworpen dat het onmogelijk is dat zij worden verontreinigd door de brandstof die voor de voortstuwing van het vaartuig wordt gebruikt of door bilgewater;
d. moeten vóór gebruik volstrekt schoon zijn.
2. Het materieel dat wordt gebruikt voor het strippen, ontkoppen of verwijderen van de vinnen, en de recipiënten, het gereedschap, de werktuigen, de machines en de installaties die in contact komen met de visserijproducten moeten:
a. bestaan uit of bekleed zijn met ondoordringbaar, glad, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal dat niet kan rotten;
b. voor gebruik volstrekt schoon zijn.
3. Een vissersvaartuig waar visserijproducten aan boord worden ingevroren moet beschikken over:
a. een vriesinstallatie die voldoende krachtig is om de temperatuur van de producten snel te doen dalen tot de in deze verordening en in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur;
b. een ruimte voor het opslaan van de ingevroren visserijproducten met een koelinstallatie die voldoende krachtig is om de producten in de opslagruimte te bewaren bij een temperatuur die, ongeacht de buitentemperatuur, niet hoger is dan de in deze verordening en in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur; de opslagruimte moet voorzien zijn van een thermograaf die gemakkelijk kan worden afgelezen; het warmtegevoelige deel van de thermograaf moet zich bevinden in de zone waar de temperatuur het hoogst is; de geregistreerde temperatuurgegevens moeten, ten minste zolang de producten houdbaar blijven, ter beschikking worden gehouden van de met de controle belaste autoriteit.
4. Een vissersvaartuig waar visserijproducten aan boord in tanks of containers worden gekoeld in met ijs of met mechanische middelen gekoeld zeewater ('Chilled Sea Water' of 'Refrigerated Sea Water'), moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de tanks en containers moeten uitgerust zijn met een geschikte installatie voor het vullen met en het wegpompen van het zeewater en met een systeem dat een homogene temperatuur in de tanks waarborgt;
b. de installatie voor het koelen van de tanks of containers dient voldoende krachtig te zijn om de temperatuur van het mengsel van visserijproducten en zeewater uiterlijk zes uur na de waterverversing tot 3°C en uiterlijk zestien uur na de waterverversing tot 0°C te doen dalen;
c. de tanks, de containers en de circulatiesystemen moeten telkens na het lossen helemaal worden geleegd en grondig worden gereinigd met drinkwater of schoon zeewater; zij moeten met schoon zeewater worden gevuld.
d. de tanks en containers moeten uitgerust zijn met een thermograaf die gemakkelijk kan worden afgelezen; het warmtegevoelige deel van de thermograaf moet zich bevinden in de zone waar de temperatuur het hoogst is;
e. bij de registraties van de temperatuur van de tanks en containers moet de datum en het nummer van de tank duidelijk worden vermeld; de geregistreerde gegevens moeten, ten minste zolang de producten houdbaar blijven, ter beschikking worden gehouden van de met de controle belaste autoriteit.
5. Indien garnalen en weekdieren aan boord worden gekookt moeten de kookvoorzieningen en het gereedschap vervaardigd zijn uit corrosiebestendig materiaal en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn.
6. Indien visserijproducten aan boord worden gerookt dient dit te geschieden in een afgescheiden ruimte of op een speciale plaats die, indien nodig, is voorzien van een ventilatiesysteem om te voorkomen dat de bij de verbranding vrijkomende rook en warmte terechtkomen in de andere ruimten of plaatsen waar vis wordt bewerkt, verwerkt of opgeslagen.
7. Indien visserijproducten aan boord worden gezouten dient dit te geschieden in zoutkuipen die zo zijn gebouwd dat elke verontreiniging tijdens het zoutingsproces wordt voorkomen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011128
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl