BWBR0011128
Geldig vanaf 01-10-2002
Artikel 5a
Verordening gezondheidsvoorschriften vissersvaartuigen 2000
1. Verse visserijproducten die aan boord worden ingevroren, moeten voldoen aan de in bijlage II, hoofdstuk I, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren vastgestelde eisen.
2. Onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid, moeten verse visserijproducten die aan boord worden ingevroren, snel worden ingevroren tot en bewaard bij de in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur. Voor hele vissen, met uitzondering van haring, die aan boord worden ingevroren in pekel en verder worden verwerk tot conserven kunnen evenwel hogere temperaturen dan die welke bij de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren zijn voorgeschreven worden aanvaard doch niet hoger dan -9 °C, zulks omwille van de technische redenen die verband houden met de wijze van invriezen en het behandelen van deze producten.
3. Aan boord ingevroren haring moet vóór het lossen een zodanige vriesbehandeling hebben ondergaan dat de interne temperatuur van de haring gedurende ten minste 24 uur ten hoogste - 20 °C bedroeg.
4. Indien de interne temperatuur van de aan boord ingevroren haring op het moment van keuring door de VWA na aanvoer niet ten hoogste -20 °C bedraagt moet deze haring hetzij aan boord hetzij in een erkende inrichting, als bedoeld in artikel 6 van de Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven, alsnog de in het derde lid bedoelde vriesbehandeling ondergaan.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de interne temperatuur van de aan boord ingevroren haring op het moment van keuring door de VWA na aanvoer ten hoogste -18 °C bedraagt en de schipper ten genoegen van de VWA heeft aangetoond dat de haring aan boord de in het derde lid bedoelde vriesbehandeling heeft ondergaan.
2. Onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid, moeten verse visserijproducten die aan boord worden ingevroren, snel worden ingevroren tot en bewaard bij de in bijlage VI, punt 3, tweede streepje, van de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren voorgeschreven temperatuur. Voor hele vissen, met uitzondering van haring, die aan boord worden ingevroren in pekel en verder worden verwerk tot conserven kunnen evenwel hogere temperaturen dan die welke bij de Warenwetregeling Visserijproducten en tweekleppige weekdieren zijn voorgeschreven worden aanvaard doch niet hoger dan -9 °C, zulks omwille van de technische redenen die verband houden met de wijze van invriezen en het behandelen van deze producten.
3. Aan boord ingevroren haring moet vóór het lossen een zodanige vriesbehandeling hebben ondergaan dat de interne temperatuur van de haring gedurende ten minste 24 uur ten hoogste - 20 °C bedroeg.
4. Indien de interne temperatuur van de aan boord ingevroren haring op het moment van keuring door de VWA na aanvoer niet ten hoogste -20 °C bedraagt moet deze haring hetzij aan boord hetzij in een erkende inrichting, als bedoeld in artikel 6 van de Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven, alsnog de in het derde lid bedoelde vriesbehandeling ondergaan.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de interne temperatuur van de aan boord ingevroren haring op het moment van keuring door de VWA na aanvoer ten hoogste -18 °C bedraagt en de schipper ten genoegen van de VWA heeft aangetoond dat de haring aan boord de in het derde lid bedoelde vriesbehandeling heeft ondergaan.
- Citeren als
- Art. 5a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011128
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl