BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 13
Wet investeren in jongeren
1. Recht op een werkleeraanbod heeft desgevraagd:
a. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 17 jaar bevindt, geen scholing of opleiding volgt, minder dan 16 uur per week arbeid verricht en die heeft voldaan aan de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, dan wel aan wie een vrijstelling van die kwalificatieplicht is verleend;
b. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 26 jaar bevindt en wiens in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm, waarbij voor het in aanmerking te nemen inkomen het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing wordt gelaten.
2. Het recht, bedoeld in het eerste lid, bestaat jegens het college van de gemeente waar de jongere woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht op een werkleeraanbod van een jongere zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensbestaat jegens het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.
4. Het college, bedoeld in het derde lid, verbindt aan het werkleeraanbod aan een jongere zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensde verplichting dat hij aangifte doet van een door het college ter beschikking gesteld briefadres als bedoeld in artikel 1 van die wet.
a. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 17 jaar bevindt, geen scholing of opleiding volgt, minder dan 16 uur per week arbeid verricht en die heeft voldaan aan de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, dan wel aan wie een vrijstelling van die kwalificatieplicht is verleend;
b. de jongere die zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 26 jaar bevindt en wiens in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm, waarbij voor het in aanmerking te nemen inkomen het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing wordt gelaten.
2. Het recht, bedoeld in het eerste lid, bestaat jegens het college van de gemeente waar de jongere woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht op een werkleeraanbod van een jongere zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensbestaat jegens het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.
4. Het college, bedoeld in het derde lid, verbindt aan het werkleeraanbod aan een jongere zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensde verplichting dat hij aangifte doet van een door het college ter beschikking gesteld briefadres als bedoeld in artikel 1 van die wet.