BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 56
Wet investeren in jongeren
1. De persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering op grond van dit hoofdstuk van belang zijn.
2. Het college kan de kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55invorderen bij dwangbevel.
3. Indien de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55, worden teruggevorderd een inkomensvoorziening, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstandof een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004of de Wet werk en inkomen kunstenaarsontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die inkomensvoorziening, die algemene bijstand of die uitkering.
4. De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd.
5. Zolang de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het college, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van de inkomensvoorziening bij dwangbevel.
6. Terugvordering van kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55, is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen omschreven in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het college kan de kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55invorderen bij dwangbevel.
3. Indien de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55, worden teruggevorderd een inkomensvoorziening, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstandof een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004of de Wet werk en inkomen kunstenaarsontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die inkomensvoorziening, die algemene bijstand of die uitkering.
4. De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd.
5. Zolang de persoon van wie kosten van de inkomensvoorziening worden teruggevorderd zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het college, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van de inkomensvoorziening bij dwangbevel.
6. Terugvordering van kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54en 55, is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen omschreven in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.