BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 86
Wet investeren in jongeren
1. Op de jongere die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstandontvangt, blijft de Wet werk en bijstandvan toepassing tot het tijdstip waarop die jongere zijn recht op algemene bijstand verliest, met dien verstande dat die jongere in ieder geval met ingang van 1 juli 2010 het recht op algemene bijstand verliest.
2. Gedurende de periode dat de jongere op grond van het eerste lid recht op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstandheeft, is deze wet niet een voorliggende voorziening in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand.
3. Onverminderd het eerste lid blijft de Wet werk en bijstandvan toepassing tot en met 31 december 2010 op de jongere die:
a. alleenstaande ouder is;
b. in een gemeente woont die deelneemt aan het experiment dat op het moment van inwerkingtreding van deze wet bestaat op grond van artikel 83 van de Wet werk en bijstand; en
c. op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand en deze algemene bijstand sindsdien onafgebroken ontvangt.
4. Artikel 7, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van het bij Koninklijke boodschap van 10 december 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten(Kamerstukken 32 260) nadat dat tot wet is verheven, blijft tot en met die dag van toepassing met betrekking tot inkomen uit studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten dat minder bedraagt dan het op grond van artikel 7, eerste lid, in aanmerking te nemen inkomen uit die bronnen.
2. Gedurende de periode dat de jongere op grond van het eerste lid recht op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstandheeft, is deze wet niet een voorliggende voorziening in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand.
3. Onverminderd het eerste lid blijft de Wet werk en bijstandvan toepassing tot en met 31 december 2010 op de jongere die:
a. alleenstaande ouder is;
b. in een gemeente woont die deelneemt aan het experiment dat op het moment van inwerkingtreding van deze wet bestaat op grond van artikel 83 van de Wet werk en bijstand; en
c. op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand en deze algemene bijstand sindsdien onafgebroken ontvangt.
4. Artikel 7, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van het bij Koninklijke boodschap van 10 december 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten(Kamerstukken 32 260) nadat dat tot wet is verheven, blijft tot en met die dag van toepassing met betrekking tot inkomen uit studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten dat minder bedraagt dan het op grond van artikel 7, eerste lid, in aanmerking te nemen inkomen uit die bronnen.