BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 20
Wet investeren in jongeren
1. Indien het college vaststelt dat het door een jongere verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder die jongere in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schort het college het recht op een werkleeraanbod op.
2. Geen opschorting vindt plaats indien:
a. de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op een werkleeraanbod;
b. de jongere van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
c. daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn.
3. Het college doet schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het eerste lid, aan de jongere en stelt hem daarbij in de gelegenheid de in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te doen aanpassen.
4. De opschorting wordt beëindigd met ingang van de datum waarop het college gebleken is dat de afwijking, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat.
2. Geen opschorting vindt plaats indien:
a. de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op een werkleeraanbod;
b. de jongere van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
c. daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn.
3. Het college doet schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het eerste lid, aan de jongere en stelt hem daarbij in de gelegenheid de in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te doen aanpassen.
4. De opschorting wordt beëindigd met ingang van de datum waarop het college gebleken is dat de afwijking, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat.