BWBR0026054
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 24
Wet investeren in jongeren
1. De jongere van 18 jaar of ouder, die een aanvraag als bedoeld in artikel 14heeft ingediend, heeft recht op een inkomensvoorziening indien:
a. er geen in aanmerking te nemen vermogen is, en
b. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm.
2. De inkomensvoorziening wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 14.
3. Artikel 13, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jongere zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, kan het college:
a. aan de inkomensvoorziening de verplichting verbinden dat de jongere eraan meewerkt dat het college in naam van de jongere noodzakelijke betalingen uit de toegekende inkomensvoorziening verricht;
b. de inkomensvoorziening in natura verstrekken.
a. er geen in aanmerking te nemen vermogen is, en
b. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de inkomensvoorzieningsnorm.
2. De inkomensvoorziening wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 14.
3. Artikel 13, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jongere zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, kan het college:
a. aan de inkomensvoorziening de verplichting verbinden dat de jongere eraan meewerkt dat het college in naam van de jongere noodzakelijke betalingen uit de toegekende inkomensvoorziening verricht;
b. de inkomensvoorziening in natura verstrekken.