BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 15
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Iedere kredietinstelling is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn een jaarrekening over het afgelopen boekjaar, ten minste bevattend een balans en een winst- en verliesrekening met bijbehorende toelichting, bij de Bank in te dienen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm van de jaarrekening.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde jaarrekening dient een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES te zijn gevoegd.
3. Iedere kredietinstelling is verplicht bij de opdracht tot het controleren van de jaarrekening respectievelijk van de periodiek bij de Bank in te dienen staten de externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES tevens te machtigen om:
a. na overleg met de opdrachtgevende kredietinstelling onverwijld aan de Bank een afschrift te zenden van het accountantsrapport, van de directiebrieven en van de correspondentie die rechtstreeks betrekking heeft op de accountantsverklaring bij de jaarrekening respectievelijk van de overeenkomstig artikel 14, eerste dan wel derde lid, onderdeel a, periodiek bij de Bank in te dienen staten, indien en voor zover de Bank bij deze staten een accountantsverklaring nodig acht,
b. na overleg met de opdrachtgevende kredietinstelling onverwijld de Bank schriftelijk op de hoogte te stellen van omstandigheden die de afgifte van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening respectievelijk bij de Bank in te dienen staten in gevaar zouden kunnen brengen; de externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES doet aan de opdrachtgevende kredietinstelling een afschrift toekomen van alle door hem aan de Bank verzonden stukken,
c. indien de Bank zulks noodzakelijk acht op de onder a en b genoemde documenten een mondelinge toelichting te geven.
4. Indien de externe accountant ingevolge het bepaalde onder het derde lid, onderdeel c, mondeling nadere toelichting geeft op de in dat lid, onderdelen a of b, bedoelde stukken, stelt de Bank de opdrachtgevende kredietinstelling in de gelegenheid om bij dit onderhoud met de externe accountant aanwezig te zijn.
5. De Bank kan de kredietinstellingen van bepaalde afdelingen onderscheidenlijk onderafdelingen van het register geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. De Bank kan aan de ontheffing voorwaarden stellen.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde jaarrekening dient een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES te zijn gevoegd.
3. Iedere kredietinstelling is verplicht bij de opdracht tot het controleren van de jaarrekening respectievelijk van de periodiek bij de Bank in te dienen staten de externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES tevens te machtigen om:
a. na overleg met de opdrachtgevende kredietinstelling onverwijld aan de Bank een afschrift te zenden van het accountantsrapport, van de directiebrieven en van de correspondentie die rechtstreeks betrekking heeft op de accountantsverklaring bij de jaarrekening respectievelijk van de overeenkomstig artikel 14, eerste dan wel derde lid, onderdeel a, periodiek bij de Bank in te dienen staten, indien en voor zover de Bank bij deze staten een accountantsverklaring nodig acht,
b. na overleg met de opdrachtgevende kredietinstelling onverwijld de Bank schriftelijk op de hoogte te stellen van omstandigheden die de afgifte van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening respectievelijk bij de Bank in te dienen staten in gevaar zouden kunnen brengen; de externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES doet aan de opdrachtgevende kredietinstelling een afschrift toekomen van alle door hem aan de Bank verzonden stukken,
c. indien de Bank zulks noodzakelijk acht op de onder a en b genoemde documenten een mondelinge toelichting te geven.
4. Indien de externe accountant ingevolge het bepaalde onder het derde lid, onderdeel c, mondeling nadere toelichting geeft op de in dat lid, onderdelen a of b, bedoelde stukken, stelt de Bank de opdrachtgevende kredietinstelling in de gelegenheid om bij dit onderhoud met de externe accountant aanwezig te zijn.
5. De Bank kan de kredietinstellingen van bepaalde afdelingen onderscheidenlijk onderafdelingen van het register geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. De Bank kan aan de ontheffing voorwaarden stellen.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl