BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 23
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Het is een kredietinstelling verboden, anders dan na verkregen toestemming van de Bank:
a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen;
b. een deelneming in een andere onderneming of instelling te houden, te verwerven dan wel te vergroten;
c. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel over te nemen;
d. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling;
e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
f. filialen, bijkantoren en kassen onder welke naam dan ook te vestigen;
g. haar statuten te wijzigen.
2. Het is een ieder verboden zonder voorafgaande toestemming van de Bank:
a. personen te benoemen die het beleid van een kredietinstelling of geldtransactiekantoor bepalen;
b. ingrijpende wijzigingen aan te brengen in aspecten van de bedrijfsvoering met betrekking tot welke ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel l, eisen zijn gesteld;
c. aandelen direct of indirect van een kredietinstelling over te dragen of te vervreemden.
3. De Bank kan aan toestemming als bedoeld in het eerste of tweede lid, voorwaarden verbinden.
4. Indien blijkt dat een kredietinstelling een handeling als omschreven in het eerste lid, heeft verricht zonder toestemming van de Bank, is die instelling onverminderd het bepaalde in de artikelen 47 en 50 gehouden op aanwijzing van de Bank de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank, daartoe verzocht door de betrokken kredietinstelling, alsnog toestemming verleent.
5. Indien blijkt dat een handeling als omschreven in het tweede lid, is verricht zonder toestemming van de Bank, is diegene die de handeling heeft verricht, onverminderd het bepaalde in artikel 50 de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank daartoe verzocht alsnog toestemming verleent.
a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen;
b. een deelneming in een andere onderneming of instelling te houden, te verwerven dan wel te vergroten;
c. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel over te nemen;
d. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling;
e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
f. filialen, bijkantoren en kassen onder welke naam dan ook te vestigen;
g. haar statuten te wijzigen.
2. Het is een ieder verboden zonder voorafgaande toestemming van de Bank:
a. personen te benoemen die het beleid van een kredietinstelling of geldtransactiekantoor bepalen;
b. ingrijpende wijzigingen aan te brengen in aspecten van de bedrijfsvoering met betrekking tot welke ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel l, eisen zijn gesteld;
c. aandelen direct of indirect van een kredietinstelling over te dragen of te vervreemden.
3. De Bank kan aan toestemming als bedoeld in het eerste of tweede lid, voorwaarden verbinden.
4. Indien blijkt dat een kredietinstelling een handeling als omschreven in het eerste lid, heeft verricht zonder toestemming van de Bank, is die instelling onverminderd het bepaalde in de artikelen 47 en 50 gehouden op aanwijzing van de Bank de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank, daartoe verzocht door de betrokken kredietinstelling, alsnog toestemming verleent.
5. Indien blijkt dat een handeling als omschreven in het tweede lid, is verricht zonder toestemming van de Bank, is diegene die de handeling heeft verricht, onverminderd het bepaalde in artikel 50 de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank daartoe verzocht alsnog toestemming verleent.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl