BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 29
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Wanneer een verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek van de Bank is beschikt. Indien het gerecht de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege.
2. Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de kredietinstelling slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig artikel 37.
3. Het gerecht kan op verzoek van de Bank de noodregeling intrekken. De griffier maakt de intrekking bekend in de Staatscourant.
2. Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de kredietinstelling slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig artikel 37.
3. Het gerecht kan op verzoek van de Bank de noodregeling intrekken. De griffier maakt de intrekking bekend in de Staatscourant.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl