BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 21
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Bij ministeriële regeling kunnen, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, aan kredietinstellingen voorschriften worden gegeven voor hun bedrijfsvoering in het belang van de solvabiliteit en liquiditeit van deze instellingen.
2. De voorschriften kunnen betrekking hebben op:
a. de minimale omvang van het eigen vermogen in verhouding tot de kredietrisico's of marktrisico's;
b. de minimale omvang van de liquide middelen in verhouding tot de opvragingsrisico's;
c. het verbod, de beperking of het aan voorwaarden binden van risicovolle aktiviteiten of risicovolle verplichtingen binnen of buiten de balanstelling;
d. de reikwijdte van de consolidatie;
e. de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle.
3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c, kunnen voor de onderscheiden categorieën van kredietinstellingen verschillend zijn.
4. De Bank kan een kredietinstelling geheel of gedeeltelijk ontheffing van de in het tweede lid bedoelde voorschriften verlenen, mits de solvabiliteit of liquiditeit alsmede de administratieve organisatie van de kredietinstelling naar het oordeel van de Bank anderszins voldoende zijn gewaarborgd. De Bank kan aan de ontheffing beperkingen stellen of voorschriften verbinden.
5. In de voorschriften wordt bepaald, wat wordt verstaan onder de begrippen waaromtrent voorschriften worden gegeven.
2. De voorschriften kunnen betrekking hebben op:
a. de minimale omvang van het eigen vermogen in verhouding tot de kredietrisico's of marktrisico's;
b. de minimale omvang van de liquide middelen in verhouding tot de opvragingsrisico's;
c. het verbod, de beperking of het aan voorwaarden binden van risicovolle aktiviteiten of risicovolle verplichtingen binnen of buiten de balanstelling;
d. de reikwijdte van de consolidatie;
e. de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle.
3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c, kunnen voor de onderscheiden categorieën van kredietinstellingen verschillend zijn.
4. De Bank kan een kredietinstelling geheel of gedeeltelijk ontheffing van de in het tweede lid bedoelde voorschriften verlenen, mits de solvabiliteit of liquiditeit alsmede de administratieve organisatie van de kredietinstelling naar het oordeel van de Bank anderszins voldoende zijn gewaarborgd. De Bank kan aan de ontheffing beperkingen stellen of voorschriften verbinden.
5. In de voorschriften wordt bepaald, wat wordt verstaan onder de begrippen waaromtrent voorschriften worden gegeven.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl