BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 11
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een aanvraag afgewezen indien:
a. er op grond van een regeling al een subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de activiteiten van het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
e. tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering openstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij eerder steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard;
f. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in artikel 8, tweede lid, onderdelen c of d, minder is dan 8;
h. het aangevraagde subsidiebedrag per aanvrager per project minder dan € 150.000,– bedraagt.
a. er op grond van een regeling al een subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de activiteiten van het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
e. tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering openstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij eerder steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard;
f. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in artikel 8, tweede lid, onderdelen c of d, minder is dan 8;
h. het aangevraagde subsidiebedrag per aanvrager per project minder dan € 150.000,– bedraagt.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl