BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. Een aanvraag om subsidie wordt bij de minister ingediend door een Nederlandse binnenvaartondernemer door middel van een daartoe vastgesteld digitaal formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
2. Indien een project ook ziet op de kosten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, wordt door een samenwerkingsverband een aanvraag ingediend, waarbij een Nederlandse binnenvaartondernemer optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband. Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening verstrekt de aanvrager een overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld.
3. Een aanvraag heeft betrekking op één energielijn op één binnenschip.
4. Een Nederlandse binnenvaartondernemer kan per openstelling maximaal vier aanvragen indienen. Binnenvaartondernemers die tot eenzelfde groep behoren kunnen per openstelling gezamenlijk maximaal vier aanvragen indienen.
5. De aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens in ieder geval:
a. een projectplan;
b. de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. mkb-verklaring, indien van toepassing.
6. Indien de subsidieaanvraag ziet op activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c of d, motiveert de aanvrager in de aanvraag waarom niet gekozen is voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b.
7. In de subsidieaanvraag toont de aanvrager aan dat het schip na afronding van het project als schoon of emissievrij binnenschip kwalificeert.
8. De aanvraag voor subsidieverlening kan voor het jaar 2026 worden ingediend van 17 november 2026, 9.00 uur tot en met 16 maart 2027, 17.00 uur.
9. De minister stelt de aanvraagperiode voor de opvolgende jaren jaarlijks vast voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld en maakt dit bekend in de Staatscourant.
2. Indien een project ook ziet op de kosten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, wordt door een samenwerkingsverband een aanvraag ingediend, waarbij een Nederlandse binnenvaartondernemer optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband. Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening verstrekt de aanvrager een overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld.
3. Een aanvraag heeft betrekking op één energielijn op één binnenschip.
4. Een Nederlandse binnenvaartondernemer kan per openstelling maximaal vier aanvragen indienen. Binnenvaartondernemers die tot eenzelfde groep behoren kunnen per openstelling gezamenlijk maximaal vier aanvragen indienen.
5. De aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens in ieder geval:
a. een projectplan;
b. de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. mkb-verklaring, indien van toepassing.
6. Indien de subsidieaanvraag ziet op activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c of d, motiveert de aanvrager in de aanvraag waarom niet gekozen is voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b.
7. In de subsidieaanvraag toont de aanvrager aan dat het schip na afronding van het project als schoon of emissievrij binnenschip kwalificeert.
8. De aanvraag voor subsidieverlening kan voor het jaar 2026 worden ingediend van 17 november 2026, 9.00 uur tot en met 16 maart 2027, 17.00 uur.
9. De minister stelt de aanvraagperiode voor de opvolgende jaren jaarlijks vast voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld en maakt dit bekend in de Staatscourant.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl