BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 4
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:
a. bij een nieuwbouw project: de meerkosten voor de investering van de nieuwe energielijn, ten opzichte van de kosten voor een conventionele energielijn voor een schip van dezelfde categorie, zoals bedoeld in artikel 36 ter, derde lid, onderdelen a en b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. bij een retrofit project: de kosten voor retrofit zoals bedoeld in artikel 36 ter, derde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de kosten voor de voor de energielijn benodigde laad- en tankinfrastructuur, waaronder kraan en kade-aanpassingen om batterijen of tanktainers te laden of verwisselen, of aanpassingen van een bunkerstation om waterstof of methanol aan te kunnen bieden, als bedoeld in artikel 56 quater, lid 2bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Onder meerkosten voor de investering van de nieuwe energielijn en de kosten voor retrofit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden ook verstaan noodzakelijke voorzieningen aan boord om de energielijn van energie te kunnen voorzien, waaronder batterijen.
a. bij een nieuwbouw project: de meerkosten voor de investering van de nieuwe energielijn, ten opzichte van de kosten voor een conventionele energielijn voor een schip van dezelfde categorie, zoals bedoeld in artikel 36 ter, derde lid, onderdelen a en b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. bij een retrofit project: de kosten voor retrofit zoals bedoeld in artikel 36 ter, derde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de kosten voor de voor de energielijn benodigde laad- en tankinfrastructuur, waaronder kraan en kade-aanpassingen om batterijen of tanktainers te laden of verwisselen, of aanpassingen van een bunkerstation om waterstof of methanol aan te kunnen bieden, als bedoeld in artikel 56 quater, lid 2bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Onder meerkosten voor de investering van de nieuwe energielijn en de kosten voor retrofit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden ook verstaan noodzakelijke voorzieningen aan boord om de energielijn van energie te kunnen voorzien, waaronder batterijen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl