BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. De subsidie bedraagt voor de energielijnen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met e, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
2. De subsidie bedraagt voor de laad- of bunker infrastructuur, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.
3. Per binnenschip bedraagt de subsidie maximaal:
a. € 800.000,– voor een elektrische energielijn of, € 2.500.000,– indien de aanschaf van batterijen onderdeel uitmaakt van de aanvraag;
b. € 3.000.000,– voor een elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcel;
c. € 1.500.000,– voor een methanol-energielijn;
d. € 1.500.000,– voor een waterstof-energielijn;
e. € 500.000,– voor een hybride-elektrische energielijn.
4. De maximale subsidiebedragen uit het derde lid kunnen met maximaal € 600.000,– worden opgehoogd voor de voor de energielijn benodigde laad- en tankinfrastructuur.
5. Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor kleine ondernemingen.
6. Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met 10 procentpunten indien het schip na afronding van het project kwalificeert als emissievrij binnenschip.
2. De subsidie bedraagt voor de laad- of bunker infrastructuur, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.
3. Per binnenschip bedraagt de subsidie maximaal:
a. € 800.000,– voor een elektrische energielijn of, € 2.500.000,– indien de aanschaf van batterijen onderdeel uitmaakt van de aanvraag;
b. € 3.000.000,– voor een elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcel;
c. € 1.500.000,– voor een methanol-energielijn;
d. € 1.500.000,– voor een waterstof-energielijn;
e. € 500.000,– voor een hybride-elektrische energielijn.
4. De maximale subsidiebedragen uit het derde lid kunnen met maximaal € 600.000,– worden opgehoogd voor de voor de energielijn benodigde laad- en tankinfrastructuur.
5. Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor kleine ondernemingen.
6. Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met 10 procentpunten indien het schip na afronding van het project kwalificeert als emissievrij binnenschip.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl