BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 6
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. Het subsidieplafond bedraagt in totaal € 231.200.000,–:
a. voor de openstelling in het jaar 2026 € 36.928.300,–;
b. voor de openstelling in het jaar 2027 € 53.625.660,–;
c. voor de openstelling in het jaar 2028 € 66.148.680,–;
d. voor de openstelling in het jaar 2029 € 74.497.360,–.
2. Voor de openstelling in 2026 bedraagt het subsidieplafond ten hoogste:
a. € 8.108.620,– voor de elektrische energielijn die wordt aangedreven door vaste of verwisselbare batterijen;
b. € 8.108.620,– voor de elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcelsysteem;
c. € 2.027.155,– voor de methanol-energielijn;
d. € 2.027.155,– voor de waterstof-energielijn;
e. € 6.656.750,– voor de hybride-elektrische energielijn;
f. € 10.000.000,– voor de kosten voor de laad- en tankinfrastructuur bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c.
3. De minister stelt de plafonds voor de opvolgende jaren jaarlijks vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
4. Indien het beschikbare bedrag voor een van de energielijnen genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met f, niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag indien mogelijk toegekend aan het eerstvolgende project in de rangschikking binnen achtereenvolgend de energielijn genoemd in het tweede lid, onderdeel a, onderdeel b, onderdeel d of onderdeel c.
a. voor de openstelling in het jaar 2026 € 36.928.300,–;
b. voor de openstelling in het jaar 2027 € 53.625.660,–;
c. voor de openstelling in het jaar 2028 € 66.148.680,–;
d. voor de openstelling in het jaar 2029 € 74.497.360,–.
2. Voor de openstelling in 2026 bedraagt het subsidieplafond ten hoogste:
a. € 8.108.620,– voor de elektrische energielijn die wordt aangedreven door vaste of verwisselbare batterijen;
b. € 8.108.620,– voor de elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcelsysteem;
c. € 2.027.155,– voor de methanol-energielijn;
d. € 2.027.155,– voor de waterstof-energielijn;
e. € 6.656.750,– voor de hybride-elektrische energielijn;
f. € 10.000.000,– voor de kosten voor de laad- en tankinfrastructuur bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c.
3. De minister stelt de plafonds voor de opvolgende jaren jaarlijks vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
4. Indien het beschikbare bedrag voor een van de energielijnen genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met f, niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag indien mogelijk toegekend aan het eerstvolgende project in de rangschikking binnen achtereenvolgend de energielijn genoemd in het tweede lid, onderdeel a, onderdeel b, onderdeel d of onderdeel c.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl