BWBR0053135
Geldig vanaf 29-09-2026
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenvaart 2026–2029
1. De minister verdeelt de beschikbare middelen in de volgorde van rangschikking per energielijn.
2. De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het CO2-reductiepotentieel van het schip bij maximaal gebruik van de energielijn in verhouding tot de hoogte van de aangevraagde steun voor de energielijn, hoger is, onderbouwd aan de hand van een berekening, met een maximum van 40 punten;
b. de CO2-reductie als gevolg van het verwachte gebruik van de energielijn, in verhouding tot de hoogte van de aangevraagde steun, onderbouwd aan de hand van een berekening, hoger is, met een maximum van 30 punten,
c. de berekeningen, bedoeld in onderdelen a en b, beter onderbouwd zijn, bijvoorbeeld door ketensamenwerking, afspraken met verladers, en een goede business case, met een maximum van 15 punten;
d. de kwaliteit van het plan voor het project, inclusief een gedegen onderbouwing, begroting en planning, hoger is, en laad- en tankinfrastructuur, indien van toepassing, breder toegankelijk is voor derden, met een maximum van 15 punten;
3. Indien twee of meer projecten na rangschikking op dezelfde plaats terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.
2. De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het CO2-reductiepotentieel van het schip bij maximaal gebruik van de energielijn in verhouding tot de hoogte van de aangevraagde steun voor de energielijn, hoger is, onderbouwd aan de hand van een berekening, met een maximum van 40 punten;
b. de CO2-reductie als gevolg van het verwachte gebruik van de energielijn, in verhouding tot de hoogte van de aangevraagde steun, onderbouwd aan de hand van een berekening, hoger is, met een maximum van 30 punten,
c. de berekeningen, bedoeld in onderdelen a en b, beter onderbouwd zijn, bijvoorbeeld door ketensamenwerking, afspraken met verladers, en een goede business case, met een maximum van 15 punten;
d. de kwaliteit van het plan voor het project, inclusief een gedegen onderbouwing, begroting en planning, hoger is, en laad- en tankinfrastructuur, indien van toepassing, breder toegankelijk is voor derden, met een maximum van 15 punten;
3. Indien twee of meer projecten na rangschikking op dezelfde plaats terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053135
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl