BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 65
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg dat de onderstaande feiten in de basisadministratie, waarin de betrokken persoon als ingezetene is ingeschreven, worden geregistreerd wanneer die door middel van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst een kennisgeving ontvangt van:
a. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een Nederlandse identiteitskaart en de uitreiking van een nieuwe Nederlandse identiteitskaart, waarbij is vermeld of de oude Nederlandse identiteitskaart is ingehouden, ingeleverd of vermist;
b. de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij definitieve onttrekking aan het verkeer van een eerder verstrekte Nederlandse identiteitskaart niet aan de orde is; of
c. de definitieve onttrekking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij geen nieuw Nederlandse identiteitskaart is uitgereikt.
2. De burgemeester of de gezaghebber die een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt betreffende een persoon die laatstelijk ingezetene van zijn gemeente of openbaar lichaam was, bewaart deze kennisgeving als onderdeel van de basisadministratie tot het moment dat de betrokken persoon weer ingezetene van een gemeente of openbaar lichaam wordt, dan wel elf jaar zijn verstreken.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde registratie vindt niet plaats, indien de feiten betrekking hebben op een gevonden Nederlandse identiteitskaart.
4. De autoriteit die ten onrechte een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, zendt deze door aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon ingezetene is, of laatstelijk ingezetene was.
5. Indien een persoon wederom ingezetene wordt, wordt een in de tussentijd gezonden kennisgeving als bedoeld in het eerste lid opgevraagd bij de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon laatstelijk ingezetene was.
a. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een Nederlandse identiteitskaart en de uitreiking van een nieuwe Nederlandse identiteitskaart, waarbij is vermeld of de oude Nederlandse identiteitskaart is ingehouden, ingeleverd of vermist;
b. de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij definitieve onttrekking aan het verkeer van een eerder verstrekte Nederlandse identiteitskaart niet aan de orde is; of
c. de definitieve onttrekking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij geen nieuw Nederlandse identiteitskaart is uitgereikt.
2. De burgemeester of de gezaghebber die een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt betreffende een persoon die laatstelijk ingezetene van zijn gemeente of openbaar lichaam was, bewaart deze kennisgeving als onderdeel van de basisadministratie tot het moment dat de betrokken persoon weer ingezetene van een gemeente of openbaar lichaam wordt, dan wel elf jaar zijn verstreken.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde registratie vindt niet plaats, indien de feiten betrekking hebben op een gevonden Nederlandse identiteitskaart.
4. De autoriteit die ten onrechte een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, zendt deze door aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon ingezetene is, of laatstelijk ingezetene was.
5. Indien een persoon wederom ingezetene wordt, wordt een in de tussentijd gezonden kennisgeving als bedoeld in het eerste lid opgevraagd bij de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon laatstelijk ingezetene was.
- Citeren als
- Art. 65
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl