BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 55
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Onverminderd het tweede lid, worden ingehouden of ingeleverde Nederlandse identiteitskaarten, die niet strafrechtelijk in beslag zijn genomen, door de plaatselijke politie met een begeleidende brief per aangetekende post gezonden aan:
a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is.
2. Indien de Nederlandse identiteitskaart op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit de Nederlandse identiteitskaart moet worden doorgezonden.
3. Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.
4. De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:
a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
b. het nummer van de Nederlandse identiteitskaart;
c. de autoriteit die de Nederlandse identiteitskaart heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van de Nederlandse identiteitskaart.
5. Gevonden Nederlandse identiteitskaarten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.
a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is.
2. Indien de Nederlandse identiteitskaart op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit de Nederlandse identiteitskaart moet worden doorgezonden.
3. Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.
4. De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:
a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
b. het nummer van de Nederlandse identiteitskaart;
c. de autoriteit die de Nederlandse identiteitskaart heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van de Nederlandse identiteitskaart.
5. Gevonden Nederlandse identiteitskaarten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.
- Citeren als
- Art. 55
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl