BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 58
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Het deugdelijk vernietigen van een Nederlandse identiteitskaart die definitief aan het verkeer wordt onttrokken, geschiedt door de Nederlandse identiteitskaart op gecontroleerde wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van de Nederlandse identiteitskaart niet meer mogelijk is.
2. Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na inlevering, definitief aan het verkeer onttrokken door het document onbruikbaar gemaakt aan hem terug te geven.
3. Een uitsluitend wegens het verstrijken van de geldigheidsduur bij de uitreiking van een noodpaspoort bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee ingeleverde Nederlandse identiteitskaart wordt door de commandant definitief aan het verkeer onttrokken door het onbruikbaar te maken en aan de houder terug te geven.
4. Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten, elk van ten minste 12 mm, door de gehele identiteitskaart op zodanige wijze dat elk in de Nederlandse identiteitskaart aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt. De burgemeester of de gezaghebber controleert voordat de Nederlandse identiteitskaart wordt teruggegeven aan de houder of de chip onbruikbaar is.
5. Een Nederlandse identiteitskaart die ingevolge artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, wordt deugdelijk vernietigd overeenkomstig het eerste lid nadat het per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld formulier, is teruggestuurd aan de leverancier.
6. De in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, en in het tweede lid bedoelde teruggave van een Nederlandse identiteitskaart vindt niet plaats, indien de identiteitskaart op grond van artikel 30, eerste lid, onderdelen a, e, f of g, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 37, eerste lid, onderdelen b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 92, tweede lid, of artikel 93, eerste of tweede lid, van toepassing is.
2. Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na inlevering, definitief aan het verkeer onttrokken door het document onbruikbaar gemaakt aan hem terug te geven.
3. Een uitsluitend wegens het verstrijken van de geldigheidsduur bij de uitreiking van een noodpaspoort bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee ingeleverde Nederlandse identiteitskaart wordt door de commandant definitief aan het verkeer onttrokken door het onbruikbaar te maken en aan de houder terug te geven.
4. Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten, elk van ten minste 12 mm, door de gehele identiteitskaart op zodanige wijze dat elk in de Nederlandse identiteitskaart aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt. De burgemeester of de gezaghebber controleert voordat de Nederlandse identiteitskaart wordt teruggegeven aan de houder of de chip onbruikbaar is.
5. Een Nederlandse identiteitskaart die ingevolge artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, wordt deugdelijk vernietigd overeenkomstig het eerste lid nadat het per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld formulier, is teruggestuurd aan de leverancier.
6. De in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, en in het tweede lid bedoelde teruggave van een Nederlandse identiteitskaart vindt niet plaats, indien de identiteitskaart op grond van artikel 30, eerste lid, onderdelen a, e, f of g, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 37, eerste lid, onderdelen b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 92, tweede lid, of artikel 93, eerste of tweede lid, van toepassing is.
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl