BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 45
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Indien de aanvrager bij de aanvraag bij de Minister van Buitenlandse Zaken aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt de Nederlandse identiteitskaart per aangetekende post dan wel op een andere veilige wijze aan hem toegezonden.
2. De inlevering van de Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 20 van de wet, of van reisdocumenten, bedoeld in artikel 32 van de Paspoortwet, geschiedt in dat geval door deze Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten toe te sturen op een door de Minister van Buitenlandse Zaken daartoe voorgeschreven wijze.
3. Tot toezending van de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde Nederlandse identiteitskaarten.
2. De inlevering van de Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 20 van de wet, of van reisdocumenten, bedoeld in artikel 32 van de Paspoortwet, geschiedt in dat geval door deze Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten toe te sturen op een door de Minister van Buitenlandse Zaken daartoe voorgeschreven wijze.
3. Tot toezending van de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde Nederlandse identiteitskaarten.
- Citeren als
- Art. 45
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl