BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 38
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De Nederlandse identiteitskaarten die na controle van de zending, bedoeld in artikel 34, op de uitgiftelocatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor een andere locatie blijken te zijn bestemd, worden teruggezonden naar het ministerie en alsnog overeenkomstig artikel 33, achtste lid, beschikbaar gesteld aan de tot uitreiking daarvan bevoegde personen.
2. De Nederlandse identiteitskaarten die na de in het eerste lid bedoelde controle niet voor uitgifte door de Minister van Buitenlandse Zaken blijken te zijn bestemd, worden bij de post vernietigd op de in artikel 58, eerste lid, aangegeven wijze.
2. De Nederlandse identiteitskaarten die na de in het eerste lid bedoelde controle niet voor uitgifte door de Minister van Buitenlandse Zaken blijken te zijn bestemd, worden bij de post vernietigd op de in artikel 58, eerste lid, aangegeven wijze.
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl