BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 46
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon registreert de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument of de vorige Nederlandse identiteitskaart, in de reisdocumentenmodule en geeft dit door aan het reisdocumentenstation.
2. Indien bij de uitreiking blijkt dat de Nederlandse identiteitskaart is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het reisdocumentenstation.
3. Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
4. Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverde Nederlandse identiteitskaart heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.
2. Indien bij de uitreiking blijkt dat de Nederlandse identiteitskaart is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het reisdocumentenstation.
3. Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.
4. Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverde Nederlandse identiteitskaart heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.
- Citeren als
- Art. 46
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl