BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 50
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Indien de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden Nederlandse identiteitskaart ontvangt betreffende een persoon, die blijkens de in artikel 6 bedoelde administratie, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt hij terstond ingevolge artikel 28, tweede lid, van de wet de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.
2. Indien de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
2. Indien de burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.
- Citeren als
- Art. 50
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl