BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 31
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de Minister van Buitenlandse Zaken of een gezaghebber, worden in ontvangst genomen door een daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon als bedoeld in artikel 74, eerste lid.
2. De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 74, tweede lid, bedoelde machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken tot ontvangstneming en legitimeert zich, op verzoek van de distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
3. De aflevering van de zending bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.
4. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.
2. De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 74, tweede lid, bedoelde machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken tot ontvangstneming en legitimeert zich, op verzoek van de distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
3. De aflevering van de zending bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.
4. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.
- Citeren als
- Art. 31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl