BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 11
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Indien onvoldoende zekerheid bestaat over de juistheid van de door de aanvrager gedane mededeling dat hij geen ingezetene is, dan wel over de identiteit of de nationaliteit van de aanvrager, wordt de betrokken persoon, indien deze op korte termijn over een Nederlandse identiteitskaart moet beschikken, doorverwezen naar een autoriteit die bevoegd is tot de verstrekking van nooddocumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de Paspoortwet.
2. De vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner dan wel de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de aanvrager, respectievelijk van een wettelijke vertegenwoordiger die een verklaring van toestemming moet overleggen, geschiedt op de in het eerste lid en artikel 4 van het besluit vermelde wijze, voor zover de betrokken persoon geen ingezetene is.
2. De vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner dan wel de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de aanvrager, respectievelijk van een wettelijke vertegenwoordiger die een verklaring van toestemming moet overleggen, geschiedt op de in het eerste lid en artikel 4 van het besluit vermelde wijze, voor zover de betrokken persoon geen ingezetene is.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl