BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 9
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De burgemeester of de gezaghebber neemt de gegevens voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart op met behulp van de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation.
2. De Minister van Buitenlandse Zaken neemt de foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager op met behulp van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart kan, in nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.
3. In de aanvraag wordt de in artikel 76, vijfde lid, bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.
4. In de aanvraag wordt aangegeven op welk model Nederlandse identiteitskaart deze betrekking heeft.
5. In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.
2. De Minister van Buitenlandse Zaken neemt de foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager op met behulp van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart kan, in nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.
3. In de aanvraag wordt de in artikel 76, vijfde lid, bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.
4. In de aanvraag wordt aangegeven op welk model Nederlandse identiteitskaart deze betrekking heeft.
5. In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl