BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 10
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, van het besluit wordt voor de vaststelling van de identiteit geen gebruikgemaakt van de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij een eerder aan betrokkene uitgereikt nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de Paspoortwet.
2. Indien de in artikel 4, eerste lid, van het besluit bedoelde gegevens berusten bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
3. Bij een gericht onderzoek als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit worden tevens nadere identificerende vragen gesteld.
4. De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument of een Nederlandse identiteitskaart is verstrekt, overlegt bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen, is artikel 4, tweede lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.
5. In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
2. Indien de in artikel 4, eerste lid, van het besluit bedoelde gegevens berusten bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
3. Bij een gericht onderzoek als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit worden tevens nadere identificerende vragen gesteld.
4. De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument of een Nederlandse identiteitskaart is verstrekt, overlegt bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen, is artikel 4, tweede lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.
5. In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl