BWBR0053154
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 22
Regeling Nederlandse identiteitskaart
1. De daartoe aangewezen persoon vergelijkt nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 18 bedoelde geval, erop toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van de Nederlandse identiteitskaart wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
4. Het opnemen van de vingerafdrukken, bedoeld in artikel 17, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.
5. Indien de aanvrager zijn aanvraag niet indient op de uitgiftelocatie of op de Nederlandse vertegenwoordiging, of indien bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken worden opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 18 bedoelde geval, erop toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van de Nederlandse identiteitskaart wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
4. Het opnemen van de vingerafdrukken, bedoeld in artikel 17, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.
5. Indien de aanvrager zijn aanvraag niet indient op de uitgiftelocatie of op de Nederlandse vertegenwoordiging, of indien bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken worden opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
- Citeren als
- Art. 22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl