BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 14a
Ziekenfondswet
1. De middelen tot dekking van de uitgaven van de verzekering worden gevonden door:
a. het heffen van premies;
b. het verlenen van een bijdrage door het uitvoeringsorgaan als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden.
2. Onze Minister kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan de Algemene Kas, tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.
3. Onze Minister kan in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad besluiten de bijdrage te wijzigen. Van zodanig besluit wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de beide kamers van de Staten-Generaal, indien de bijdrage daardoor met meer dan € 11 000 000 toeneemt of afneemt. De maandelijkse betalingen worden met het genomen besluit in overeenstemming gebracht, tenzij in een geval als bedoeld in de tweede volzin binnen veertien dagen door een der kamers van de Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over de wijziging van de bijdrage. Indien een der kamers van de Staten-Generaal na het ontvangen van de bedoelde inlichtingen als haar oordeel uitspreekt dat de wijziging van de bijdrage voorafgaande machtiging bij wet behoeft, zal de wijziging eerst plaatsvinden nadat een daarop betrekking hebbend voorstel van wet tot wijziging van de begroting tot wet zal zijn verheven.
a. het heffen van premies;
b. het verlenen van een bijdrage door het uitvoeringsorgaan als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden.
2. Onze Minister kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan de Algemene Kas, tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.
3. Onze Minister kan in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad besluiten de bijdrage te wijzigen. Van zodanig besluit wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de beide kamers van de Staten-Generaal, indien de bijdrage daardoor met meer dan € 11 000 000 toeneemt of afneemt. De maandelijkse betalingen worden met het genomen besluit in overeenstemming gebracht, tenzij in een geval als bedoeld in de tweede volzin binnen veertien dagen door een der kamers van de Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over de wijziging van de bijdrage. Indien een der kamers van de Staten-Generaal na het ontvangen van de bedoelde inlichtingen als haar oordeel uitspreekt dat de wijziging van de bijdrage voorafgaande machtiging bij wet behoeft, zal de wijziging eerst plaatsvinden nadat een daarop betrekking hebbend voorstel van wet tot wijziging van de begroting tot wet zal zijn verheven.