BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 18a
Ziekenfondswet
1. Indien een verzekerde in enig kalenderjaar geen of weinig gebruik heeft gemaakt van zorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat, heeft hij jegens het ziekenfonds waarbij hij ingeschreven was aanspraak op een uitkering. Voor de toepassing van dit artikel worden vergoedingen als bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 10, 11of 11agelijkgesteld aan het gebruik maken van zorg waarop aanspraak bestaat.
2. Het bedrag van de uitkering voor de verzekerde die geen gebruik heeft gemaakt van zorg, wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Indien de ten laste van de ziekenfondsverzekering komende kosten van zorg waarvan een verzekerde gebruik heeft gemaakt, lager zijn dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag, is de uitkering voor de verzekerde gelijk aan het verschil tussen dat bedrag en de kosten van de zorg.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het gebruik van verloskundige zorg, kraamzorg en huisartsenzorg buiten beschouwing gelaten. Voor de toepassing van het eerste lid worden tevens buiten beschouwing gelaten de bedragen die de verzekerde op grond van artikel 8, vierde lid, als bijdrage in de kosten van zorg heeft betaald.
4. Indien de zorg in de vorm van een diagnose behandel combinatie wordt verleend, geldt als tijdstip van gebruik van zorg het tijdstip waarop de diagnose behandel combinatie is geopend.
5. Verzekerden voor wie geen nominale premie verschuldigd is, hebben geen aanspraak op de uitkering.
6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:
a. binnen welke termijn en op welke wijze de uitkering wordt betaald;
b. welk ziekenfonds de uitkering betaalt indien de verzekerde in het kalenderjaar achtereenvolgens bij meer dan een ziekenfonds was ingeschreven;
c. welke uitkering wordt betaald indien de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar bij een ziekenfonds was ingeschreven dan wel indien voor de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar een nominale premie verschuldigd was;
d. de gevolgen van het bekend worden van gebruik van zorg in een kalenderjaar waarvoor reeds uitbetaling van de uitkering heeft plaatsgevonden;
e. welk bedrag aan kosten voor de onderscheiden vormen van zorg voor de toepassing van dit artikel in aanmerking wordt genomen;
f. het indexcijfer waarmee het in het tweede lid bedoelde bedrag jaarlijks bij ministeriële regeling wordt herzien, de berekeningswijze en de afronding die bij die herziening worden gehanteerd.
2. Het bedrag van de uitkering voor de verzekerde die geen gebruik heeft gemaakt van zorg, wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Indien de ten laste van de ziekenfondsverzekering komende kosten van zorg waarvan een verzekerde gebruik heeft gemaakt, lager zijn dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag, is de uitkering voor de verzekerde gelijk aan het verschil tussen dat bedrag en de kosten van de zorg.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het gebruik van verloskundige zorg, kraamzorg en huisartsenzorg buiten beschouwing gelaten. Voor de toepassing van het eerste lid worden tevens buiten beschouwing gelaten de bedragen die de verzekerde op grond van artikel 8, vierde lid, als bijdrage in de kosten van zorg heeft betaald.
4. Indien de zorg in de vorm van een diagnose behandel combinatie wordt verleend, geldt als tijdstip van gebruik van zorg het tijdstip waarop de diagnose behandel combinatie is geopend.
5. Verzekerden voor wie geen nominale premie verschuldigd is, hebben geen aanspraak op de uitkering.
6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:
a. binnen welke termijn en op welke wijze de uitkering wordt betaald;
b. welk ziekenfonds de uitkering betaalt indien de verzekerde in het kalenderjaar achtereenvolgens bij meer dan een ziekenfonds was ingeschreven;
c. welke uitkering wordt betaald indien de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar bij een ziekenfonds was ingeschreven dan wel indien voor de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar een nominale premie verschuldigd was;
d. de gevolgen van het bekend worden van gebruik van zorg in een kalenderjaar waarvoor reeds uitbetaling van de uitkering heeft plaatsgevonden;
e. welk bedrag aan kosten voor de onderscheiden vormen van zorg voor de toepassing van dit artikel in aanmerking wordt genomen;
f. het indexcijfer waarmee het in het tweede lid bedoelde bedrag jaarlijks bij ministeriële regeling wordt herzien, de berekeningswijze en de afronding die bij die herziening worden gehanteerd.