BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 17
Ziekenfondswet
1. Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen 15, 15aof 15bomtrent de daar bedoelde procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, artikel 3dof artikel 3e, van 18 jaar of ouder, en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een nominale premie geheven, waarvan de hoogte volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen wordt bepaald door het ziekenfonds waarbij de verzekerde is ingeschreven.
2. De nominale premie is verschuldigd door de verzekerde voor zich en zijn medeverzekerde, in maandelijkse termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. In geval vooruitbetaling plaatsvindt over een langere termijn kan het ziekenfonds, rekening houdende met rente en incasso-kosten, op de verschuldigde nominale premie een korting verlenen.
3. De nominale premie is verschuldigd vanaf het tijdstip van aanvang van de verzekering. Indien de aanmelding bij het ziekenfonds, bedoeld in artikel 5, eerste lid, plaatsvindt later dan zestig dagen na de aanvang van de verzekering is de premie slechts verschuldigd vanaf de zestigste dag voor die van de aanmelding, met dien verstande dat in dat geval het ziekenfonds de premie over die zestig dagen kan verhogen. De verhoging bedraagt ten hoogste de op het tijdstip van aanmelding geldende nominale premie op jaarbasis. De tweede en derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing indien de inschrijving van de verzekerde bij het ziekenfonds volgens de krachtens deze wet gestelde regels is beëindigd en de verzekerde, zonder dat zijn verzekering ingevolge deze wet is geëindigd, zich later dan zestig dagen na beëindiging van die inschrijving opnieuw bij een ziekenfonds aanmeldt.
4. De verzekerde betaalt de nominale premie aan het ziekenfonds, bedoeld in het eerste lid, dat de verschuldigde premie vaststelt en invordert. Bij de vaststelling van de nominale premie kan het ziekenfonds uitgaan van peildata, gelegen op de eerste dag van iedere kalendermaand. Indien de verzekerde nalatig blijft de verschuldigde nominale premie volgens de gestelde regelen te betalen kan het ziekenfonds het verschuldigde bedrag verhogen met administratie- en invorderingskosten. Het ziekenfonds kan voor de betaling, de vaststelling en de invordering van de nominale premie met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens deze wet bij reglement nader regelen stellen.
5. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een bedrag bepalen hetwelk ten hoogste als nominale premie in rekening mag worden gebracht. Onze Minister kan omtrent het in de eerste volzin bedoelde besluit de Pensioen- & Verzekeringskamer horen.
6. De door het ziekenfonds geheven nominale premie wordt aangewend ter dekking van de aan de uitvoering van deze wet voor dat ziekenfonds verbonden kosten.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot al hetgeen de in dit artikel bedoelde nominale premie betreft, verschuldigd voor de verzekering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen, andere regelen worden gesteld.
2. De nominale premie is verschuldigd door de verzekerde voor zich en zijn medeverzekerde, in maandelijkse termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. In geval vooruitbetaling plaatsvindt over een langere termijn kan het ziekenfonds, rekening houdende met rente en incasso-kosten, op de verschuldigde nominale premie een korting verlenen.
3. De nominale premie is verschuldigd vanaf het tijdstip van aanvang van de verzekering. Indien de aanmelding bij het ziekenfonds, bedoeld in artikel 5, eerste lid, plaatsvindt later dan zestig dagen na de aanvang van de verzekering is de premie slechts verschuldigd vanaf de zestigste dag voor die van de aanmelding, met dien verstande dat in dat geval het ziekenfonds de premie over die zestig dagen kan verhogen. De verhoging bedraagt ten hoogste de op het tijdstip van aanmelding geldende nominale premie op jaarbasis. De tweede en derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing indien de inschrijving van de verzekerde bij het ziekenfonds volgens de krachtens deze wet gestelde regels is beëindigd en de verzekerde, zonder dat zijn verzekering ingevolge deze wet is geëindigd, zich later dan zestig dagen na beëindiging van die inschrijving opnieuw bij een ziekenfonds aanmeldt.
4. De verzekerde betaalt de nominale premie aan het ziekenfonds, bedoeld in het eerste lid, dat de verschuldigde premie vaststelt en invordert. Bij de vaststelling van de nominale premie kan het ziekenfonds uitgaan van peildata, gelegen op de eerste dag van iedere kalendermaand. Indien de verzekerde nalatig blijft de verschuldigde nominale premie volgens de gestelde regelen te betalen kan het ziekenfonds het verschuldigde bedrag verhogen met administratie- en invorderingskosten. Het ziekenfonds kan voor de betaling, de vaststelling en de invordering van de nominale premie met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens deze wet bij reglement nader regelen stellen.
5. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een bedrag bepalen hetwelk ten hoogste als nominale premie in rekening mag worden gebracht. Onze Minister kan omtrent het in de eerste volzin bedoelde besluit de Pensioen- & Verzekeringskamer horen.
6. De door het ziekenfonds geheven nominale premie wordt aangewend ter dekking van de aan de uitvoering van deze wet voor dat ziekenfonds verbonden kosten.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot al hetgeen de in dit artikel bedoelde nominale premie betreft, verschuldigd voor de verzekering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen, andere regelen worden gesteld.