BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 43b
Ziekenfondswet
1. Een ziekenfonds is verplicht toereikende technische voorzieningen bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, aan te houden. De technische voorzieningen dienen volledig door waarden te zijn gedekt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld.
2. Een ziekenfonds beschikt over een solvabiliteitsmarge als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, waarvan de omvang volgens door Onze Minister te stellen regels wordt bepaald. Onze Minister kan omtrent in de vorige volzin bedoelde regels de Pensioen- & Verzekeringskamer horen.
3. Een ziekenfonds houdt een reserve Ziekenfondswet aan. Bij ministeriële regeling wordt een maximum aan deze reserve gesteld. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve Ziekenfondswet het gestelde maximum te boven gaat, stort het ziekenfonds het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in de Algemene Kas.
4. Het saldo van baten en lasten van een ziekenfonds over enig boekjaar wordt toegevoegd aan onderscheidenlijk gebracht ten laste van de reserve Ziekenfondswet. Voor de toepassing van de eerste volzin blijven uitgaven, waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord waren, buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is niet van toepassing op baten en lasten die in redelijkheid moeten worden toegerekend aan andere onderdelen van het eigen vermogen.
5. Het ontwerp van een ministeriële regeling krachtens het derde lid wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken sedert de overlegging.
6. Indien krachtens artikel 5, eerste lid, een ziekenfonds wordt aangewezen, waarbij de verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, zich bij uitsluiting dienen aan te melden en Onze Minister daarbij bepaalt dat het ziekenfonds in afwijking van artikel 5, eerste lid, eerste volzin, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, gelden het eerste, tweede en derde lid niet ten aanzien van dat ziekenfonds. Indien Onze Minister niet heeft bepaald dat het ziekenfonds in afwijking van artikel 5, eerste lid, eerste volzin, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, blijven, voor zover krachtens de op grond van dit artikel te stellen regels de omvang van technische voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in het tweede lid of van de reserve, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald of mede wordt bepaald door verzekerdenaantallen, de verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, buiten beschouwing. De eerste en tweede volzin zijn slechts van toepassing indien op grond van de regels krachtens artikel 19het desbetreffende ziekenfonds voor de kosten ten behoeve van zijn verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, aanspraak heeft op uitkeringen naar werkelijke kosten onder aftrek van de opbrengsten ingevolge deze wet.
2. Een ziekenfonds beschikt over een solvabiliteitsmarge als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, waarvan de omvang volgens door Onze Minister te stellen regels wordt bepaald. Onze Minister kan omtrent in de vorige volzin bedoelde regels de Pensioen- & Verzekeringskamer horen.
3. Een ziekenfonds houdt een reserve Ziekenfondswet aan. Bij ministeriële regeling wordt een maximum aan deze reserve gesteld. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve Ziekenfondswet het gestelde maximum te boven gaat, stort het ziekenfonds het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in de Algemene Kas.
4. Het saldo van baten en lasten van een ziekenfonds over enig boekjaar wordt toegevoegd aan onderscheidenlijk gebracht ten laste van de reserve Ziekenfondswet. Voor de toepassing van de eerste volzin blijven uitgaven, waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord waren, buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is niet van toepassing op baten en lasten die in redelijkheid moeten worden toegerekend aan andere onderdelen van het eigen vermogen.
5. Het ontwerp van een ministeriële regeling krachtens het derde lid wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken sedert de overlegging.
6. Indien krachtens artikel 5, eerste lid, een ziekenfonds wordt aangewezen, waarbij de verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, zich bij uitsluiting dienen aan te melden en Onze Minister daarbij bepaalt dat het ziekenfonds in afwijking van artikel 5, eerste lid, eerste volzin, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, gelden het eerste, tweede en derde lid niet ten aanzien van dat ziekenfonds. Indien Onze Minister niet heeft bepaald dat het ziekenfonds in afwijking van artikel 5, eerste lid, eerste volzin, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, blijven, voor zover krachtens de op grond van dit artikel te stellen regels de omvang van technische voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in het tweede lid of van de reserve, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald of mede wordt bepaald door verzekerdenaantallen, de verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, buiten beschouwing. De eerste en tweede volzin zijn slechts van toepassing indien op grond van de regels krachtens artikel 19het desbetreffende ziekenfonds voor de kosten ten behoeve van zijn verzekerden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, aanspraak heeft op uitkeringen naar werkelijke kosten onder aftrek van de opbrengsten ingevolge deze wet.