BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 34
Ziekenfondswet
1. Een rechtspersoon welke als ziekenfonds werkzaam is, moet daartoe zijn toegelaten door het College zorgverzekeringen.
2. Op de voorbereiding van een beschikking tot toelating is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Toelating als ziekenfonds wordt verleend indien de aanvrager een stichting of onderlinge waarborgmaatschappij is:
a. die ingevolge haar statuten ten doel heeft in een daarin aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitsluitend uit te oefenen ter uitvoering van deze wet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
b. die direct noch indirect beoogt winst te maken,
c. die in haar statuten waarborgen biedt voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het bestuur,
d. waarvan de dagelijkse leiding wordt gevormd door ten minste twee personen,
e. waarvan het beleid wordt bepaald door natuurlijke personen van wie de deskundigheid naar het oordeel van het College zorgverzekeringen voldoende is voor de uitoefening van de taken van een ziekenfonds,
f. waarvan het beleid wordt bepaald of mede bepaald door natuurlijke personen wier voornemens, handelingen of antecedenten het College zorgverzekeringen geen aanleiding geven tot het oordeel dat de betrouwbaarheid van deze personen, met het oog op de belangen van de verzekerden die ingevolge deze wet moeten worden gediend, niet buiten twijfel staat,
g. waarvan de onafhankelijke besluitvorming gewaarborgd is,
h. die voldoet aan de overige bij of krachtens deze wet aan ziekenfondsen gestelde eisen, en
i. waarvan ook overigens is te verwachten dat zij de taak van een ziekenfonds naar behoren zal uitoefenen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de mate van invloed die verzekerden ten minste op het bestuur van een ziekenfonds dienen te hebben.
5. Behoort de aanvrager tot een groep dan zijn de onderdelen e en f van het derde lid van overeenkomstige toepassing op de personen die het beleid bepalen van de groep waartoe de aanvrager behoort, voor zover uit dien hoofde hun beleid van belang is voor de aanvrager.
2. Op de voorbereiding van een beschikking tot toelating is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Toelating als ziekenfonds wordt verleend indien de aanvrager een stichting of onderlinge waarborgmaatschappij is:
a. die ingevolge haar statuten ten doel heeft in een daarin aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitsluitend uit te oefenen ter uitvoering van deze wet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
b. die direct noch indirect beoogt winst te maken,
c. die in haar statuten waarborgen biedt voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het bestuur,
d. waarvan de dagelijkse leiding wordt gevormd door ten minste twee personen,
e. waarvan het beleid wordt bepaald door natuurlijke personen van wie de deskundigheid naar het oordeel van het College zorgverzekeringen voldoende is voor de uitoefening van de taken van een ziekenfonds,
f. waarvan het beleid wordt bepaald of mede bepaald door natuurlijke personen wier voornemens, handelingen of antecedenten het College zorgverzekeringen geen aanleiding geven tot het oordeel dat de betrouwbaarheid van deze personen, met het oog op de belangen van de verzekerden die ingevolge deze wet moeten worden gediend, niet buiten twijfel staat,
g. waarvan de onafhankelijke besluitvorming gewaarborgd is,
h. die voldoet aan de overige bij of krachtens deze wet aan ziekenfondsen gestelde eisen, en
i. waarvan ook overigens is te verwachten dat zij de taak van een ziekenfonds naar behoren zal uitoefenen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de mate van invloed die verzekerden ten minste op het bestuur van een ziekenfonds dienen te hebben.
5. Behoort de aanvrager tot een groep dan zijn de onderdelen e en f van het derde lid van overeenkomstige toepassing op de personen die het beleid bepalen van de groep waartoe de aanvrager behoort, voor zover uit dien hoofde hun beleid van belang is voor de aanvrager.